Afbeelding

Doelpalen van Jas

Algemeen 81 keer gelezen

Ik groeide op in De Houtenhoek. Overal waar dat maar enigszins kon voetbalden wij, jongens. Dat was toen nog zo. We voetbalden op straat met een kleine bal met de rioolputjes als doel. Of op de kleine groenstrook in de Brahmsstraat, waar een mager boompje dienst deed als doelpaal. De andere paal was een jas. 

Vaak belandde de bal in een van de aanliggende tuintjes en niet iedereen stelde dit op prijs. Gelukkig was er iets verderop een ruim bemeten grasveld aan de Mozartstraat, tegen de kleuterschool, nu buurthuis, aan. Als het weer het toeliet waren we daar na school te vinden. 

Voordeel van het veldje was dat het een winkelhaak was. Zo kon je de ene keer richting Beethovenlaan spelen en de andere keer richting Haydnstraat. Dat, en het feit dat onze jassen doelpalen waren, voorkwam dat het gras ongeschonden bleef. We speelden ook op gewone schoenen. Geen echte voetbalschoenen, als we die al hadden. Later kwamen er nog veldjes met heuse doelen bij aan het Groenewoud, de Zandbosweg en de Julianastraat. 

Nu is het heel normaal dat op bijna alle veldjes vaste doelen staan. En daar wil ik het eens over hebben. Want, is het u opgevallen dat veel veldjes met vaste doelen niet meer zijn dan zandvlakten met hier en daar een dapper weerstand biedend graspolletje? Bij regen veranderen deze veldjes in ondoorwaadbare modderpoelen, waarin het bruine monster jammerlijk wordt gesmoord. 

Ik zou, als ik het voor het zeggen had in ons mooie, pittoreske Peeldorpje Deurne, per decreet verordonneren dat alle vaste doelen op alle speelveldjes per direct verwijderd moeten worden. Doelpalen van Jas. De voordelen zijn legio: zo blijven de veldjes groen en kunnen ze naar eigen inzicht ingericht worden, dit geldt ook voor de breedte van de doelen. 

Maar het belangrijkste, naar mijn mening, is wel dat de homo ludens uitgedaagd wordt tot overleg. Het begint met het aftrappen. Niet van de bal op een denkbeeldige middenstip; nee, voetje voor voetje naderen de twee teamcaptains elkaar en wie als laatste zijn/haar hele schoen kan zetten kiest doel en krijgt de aftrap. 

Die aftrap wordt door de keeper genomen. Omdat er geen lat is, zal er bij twijfel overlegd moeten worden of een bal over is. Geen ellenlange discussies, gewoon beslissen en doorgaan met spelen. Johan Huizinga als VAR zou met een glimlach vanaf zijn verheven positie zien dat het goed was.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant