Joyce en Richard willen de vluchtelingen graag op weg helpen in Nederland. (Foto: Hein van Bakel)
Joyce en Richard willen de vluchtelingen graag op weg helpen in Nederland. (Foto: Hein van Bakel)

‘Het is wel érg bureaucratisch’

Algemeen 538 keer gelezen

DEURNE - Joyce en Richard Seelen uit Deurne vangen per 11 maart een Oekraïense familie met zeven familieleden op. Het echtpaar wil de vluchtelingen graag op weg helpen in Nederland, maar ze lopen tegen een muur van wet- en regelgeving aan. 

door Bram Vannisselroij

Joyce en Richard hoefden niet lang na te denken toen de oorlog in Oekraïne uitbrak. Ze schreven zich in bij een humanitaire organisatie om een gezin van vier tot zes personen te huisvesten in het riante tuinhuis met sanitaire voorzieningen. Het betekende wel dat de kinderen van Richard hun uitvalsbasis voor het weekend kwijt waren waar ze vaak een drankje deden met vrienden. 

Het moment dat het gezin op de stoep stond kwam als een verrassing. Toen Joyce en Richard op skivakantie in Italië waren kregen ze een telefoontje dat een gezin van zeven personen onderdak zocht. “Heel even twijfelden we, maar die zevende kan er ook nog wel bij zeiden we tegen elkaar. We willen een gezin niet uit elkaar halen”, vertelt Joyce. Het enige probleem was dat de gasten over acht uur zouden arriveren in Deurne en het echtpaar nog op de skipiste stond. In allerijl maakten de kinderen samen met de overburen het nieuwe onderkomen gereed. Het klikte eigenlijk direct, ondanks dat ze elkaar niet konden verstaan. Alleen de negentienjarige dochter van het Oekraïense gezin spreekt Engels. 

Joyce die zelf werkzaam is bij een gemeente wilde meteen zaken voor de familie regelen. Dit bleek geen eenvoudige opgave. “Het eerste was het gezin inschrijven bij de gemeente, waar ik pas na anderhalve week terecht kon, en nu nog wacht ik op de inschrijving en de burgerservicenummers”, verzucht ze. Zonder burgerservicenummer kunnen vader en moeder nergens aan de slag. Hij was in Oekraïne werkzaam in een schoenenfabriek, is goed met zijn handen en wil zo snel mogelijk aan de slag. Dat ook de inschrijving lang op zich doet wachten is vooral voor de kinderen erg vervelend, want ze mogen dan niet naar school. Inmiddels heeft basisschool D’n Bogerd in goed overleg met de ouders besloten om de zesjarige tweeling toch toe te laten. Zij hebben de eerste schoolweek achter de rug. 

De negenjarige zoon kan gelukkig vrijdag ook starten. “Eigenlijk moet je voor kinderen van zeven jaar en ouder eerst een leerplan maken, maar dat duurt minimaal zes weken. Volgens ons is het juist goed om direct weer naar school te gaan.” Tegen het advies in wacht D’n Bogerd niet en laat hem nu al toe. De driejarige zoon kan twee dagdelen in de week naar de kinderopvang. 

Ondanks de cultuurverschillen gaat het tussen de gezinnen prima vertelt Joyce. De Oekraïense kinderen leren al een aardig woordje Nederlands en Engels en er wordt ook regelmatig een spelletje kwartet gespeeld. ‘s Avonds eten ze nagenoeg elke dag samen, soms met wel twaalf man aan een lange tafel. “Sommige dingen vinden ze raar. In Oekraïne verbouwden ze veel eten zelf in de tuin en snappen niet dat wij daarvoor steeds naar de winkel gaan. We proberen ze dan ook wegwijs te maken in de supermarkt.” 

Het gezin geeft aan graag Nederlands te willen leren en in te burgeren. “Ik ben druk op zoek naar iemand die ze taalles aan kan bieden, maar dit blijkt nog een hele opgave.” Ook de inburgeringscursus in Deurne is niet geschikt voor de Oekraïners omdat deze vooral gericht is op niet-westerse vluchtelingen. “De gezinsleden hebben dezelfde waarden en normen als wij Nederlanders. Ze kunnen op die cursus niet veel leren.” Joyce mist een centraal aanspreekpunt bij de gemeente of in de regio waar ze terecht kan voor vragen. “We worden van het kastje naar de muur gestuurd. De instanties zullen het niet slecht bedoelen, maar het is wel érg bureaucratisch allemaal. Ik werk notabene bij de gemeente en ben zeker niet op mijn mondje gevallen, maar zelfs ik kom er niet uit.” 

Tot nu toe betaalt het gezin alles voor hun gasten, want van het toegezegde leefgeld is nog geen euro uitgekeerd. “Dat is voor nu ook niet zo erg, maar het gezin wil zelf ook vooruit.” Af en toe doen vrienden van Joyce en Richard boodschappen, en ook de buurt leeft mee met de vluchtelingen. Zo hebben ze zelfs zeven fietsen gekregen voor het hele gezin. “Die hebben we toen met zijn allen opgehaald om aan te tonen dat de fietsen echt voor een Oekraïens gezin zijn en goed terecht komen.” Hoewel ze in Kharkov in het uiterste puntje van Oost-Oekraïne ook een stalen ros hadden moeten ze wel erg wennen aan het verkeer en de fietspaden. 

De grootste zorgen gaan uiteraard uit naar het thuisfront. Het ouderlijk huis staat volgens familieleden waar ze nog regelmatig contact mee hebben nog overeind. “Als dat platgebombardeerd wordt hebben ze niets meer.” Joyce weet niet hoe lang het gezin nog kan blijven. “Nu staat de zomer voor de deur en is het wat makkelijker. Als het winter wordt kun je ze niet met zeven man in een tuinhuisje laten zitten.” Het hele traject heeft een flinke impact gehad op het Nederlandse gezin. Joyce wil anderen wijzen op de valkuilen die het in huis nemen van vluchtelingen met zich meebrengt en raadt aan er niet lichtzinnig mee om te gaan. “Maar met de kennis van nu had ik het zo weer gedaan”, besluit ze.

Uit de krant