
Hemel
Algemeen 264 keer gelezenDe door mij gecreëerde filosoof Frons Wenkbrauw wil ik graag zo nu en dan van stal halen. Of hij een alter ego is? Ik weet het niet, maar betwijfel het. Twijfel ligt aan de basis van de filosofie en de wetenschap. Twijfel is wat de mensheid onderscheid van alle andere wezens op aarde. Dat zeg ik niet, maar Frons Wenkbrauw.
Frons is best een toffe peer. Zo kwam ik hem onlangs tegen in het centrum van ons pittoreske Deurne. Hij zat op het terras van café In den Sleutel en was in een geanimeerd gesprek met een paradijsvogel. Ik vroeg of ik me bij hen kon zetten. Dat mocht en trok een stoel bij.
Nadat ik me eerst voorgesteld had volgde een inspirerend gesprek over van alles en nog wat. We hadden het over de gemeenteraadsverkiezingen en het nieuwe college dat nu verantwoordelijk is voor onze gemeente. De paradijsvogel zei: ‘Ik moet het nog zien.’ Frons vond dat hierover pas in retrospectief wat te vertellen zou zijn. Ik hield me op de vlakte, want ik wist te weinig om een mening te hebben.
Vervolgens hadden we het over het Fraterhuis. Daarover had ik een uitgesproken mening. De paradijsvogel bestelde een rondje en ging naar het toilet. Frons moest lachen om een fatbikester, met haar vriendin achterop, die bijna van haar dikke fiets viel terwijl ze door de Stationsstraat sjeesde. De paradijsvogel zette zich, zijn gulp dichtritsend, weer bij ons en vond dat het Fraterhuis er nooit had mogen komen.
Frons wenkte de kastelein voor nog een rondje. ‘Die tunnel onder het spoor kan nu niet meer tegengehouden worden’, wierp Frons op. De paradijsvogel zei: ‘Die tunnel had er al lang moeten wezen.’ Ik vond dat hij een punt had. ‘Fijn dat de Stationsstraat autovrij is’, zei ik.
De paradijsvogel zei: ‘Weten jullie dat dit bijna een kwart eeuw punt van discussie is geweest?’ Frons en ik wisten dit niet. Inmiddels was het ook voor mij tijd om iets te bestellen. Ik riep: ‘Hé kastelein!’. ‘Weet je’, zei Frons, ‘Ik heb onlangs iets vreemds meegemaakt. Werkelijk bizar. Ik liep onlangs over straat en iemand vroeg me: hoe kom ik in de hemel?
Meestal heb ik als filosoof wel een woordje klaar, maar over deze vraag moest ik toch even nadenken.’
De paradijsvogel en ik hingen aan de lippen van de legendarische filosoof. En? Frons zei: ‘Ik wees vaag in de verte en zei: wanneer u daar ergens het hoekje omgaat, komt u er vanzelf.’ Wat een guitige snaak die Frons!















