
Max Heppner vertelt Zeilbergse leerlingen over zijn onderduiktijd
Algemeen 174 keer gelezenZEILBERG - Max Heppner was elf jaar oud toen hij na de bevrijding afscheid nam van de familie Janssen in Zeilberg. De joodse oorlogsoverlevende keerde maandag 14 september terug naar de plaats waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer drie jaar ondergedoken zat. Op uitnodiging van Hans van Toer van de Werkgroep Dodenherdenking Zeilberg vertelde de bijna 93-jarige Heppner aan leerlingen van groep 8 over zijn jeugd.
door Martien van Rijt
De leerlingen krijgen in het kader van de voorbereidingen op de Dodenherdenking een gastles en bezoeken daarna per fiets plaatsen die herinneren aan de oorlog. Een van de stops is de boerderij aan de Voorpeelweg waar Harrie Janssen met zijn gezin woonde.
Achter de boerderij stond een kippenhok dat, nadat de Duitsers het hadden leeggeroofd, een onderduikplek werd voor de joodse families Heppner en Grauwmans. De families waren in 1933 vanuit Berlijn naar Amsterdam gevlucht. In 1942 moesten ze opnieuw vluchten. Via Breukelen kwamen ze in Vlierden terecht, waarna het verzet hen naar Zeilberg bracht. In het kippenhok verbleven zij ongeveer drie jaar. “Ik voel me eigenlijk ook wel Zeilberger”, vertelde Heppner aan de leerlingen. “Drie jaren die mij enorm gevormd hebben, bracht ik in Zeilberg door. Met de familie Janssen heb ik nog altijd heel goed contact.”
Zijn schuilnaam in Zeilberg was Fransje
Ruim een uur luisterden de leerlingen en hun docent Rob Claessens naar zijn verhaal. Daarna mochten zij vragen stellen. Een van de leerlingen vroeg naar zijn ergste herinnering. Heppner vertelde over Michael Grauwmans, de zoon van de andere onderduikfamilie.
Doodgeslagen
Hij zou door iemand van het verzet tegen betaling naar de vrijheid worden gebracht, maar werd in de Vlierdense bossen doodgeslagen. “Dat had ik ook kunnen zijn”, zei Heppner zichtbaar geëmotioneerd. Ook vertelde hij hoe hij als jongen in het kippenhok leefde.
Villa kippenhok
“Toen mijn vader zei dat ik wat spulletjes moest pakken, zei hij dat we op vakantie gingen. Dat werd een vakantie van drie jaar in ‘villa kippenhok’.” Naar school ging Heppner niet. “Dat kon niet. In Deurne waren katholieke scholen en ik was joods.” Als de kinderen Janssen naar school waren, tekende hij veel. In het boekje ‘Ik woon in een kippenhok’ zijn tekeningen uit die periode opgenomen. Zijn schuilnaam was Fransje.
Het kippenhok was ongeveer acht meter lang en drie meter breed en was bedoeld voor kuikens. “Daar hadden we geluk mee, want daarom stond er ook een kachel in.”
Ook over eten en het dagelijks leven kwamen vragen. Tante Dina kookte op een gegeven moment voor zestien mensen. Er werden eieren gezocht rond de boerderij en het meel werd soms met zaagsel vermengd. Harrie Janssen verkocht gedroogde tabaksbladeren op de zwarte markt en slachtte stiekem.
Kanon
Na de bevrijding kon Heppner dankzij zijn Engels contact maken met Amerikaanse soldaten. Hij vroeg zelfs of hij een kanon mocht afvuren. Na toestemming van de luitenant mocht ‘Fransje’ het kanon laten knallen. Na de oorlog werd Heppner journalist in de Verenigde Staten. Ook daar bezocht hij jarenlang scholen om over de Holocaust te vertellen.
“Niet omdat het spannende verhalen zijn, maar om te waarschuwen voor wat er kan gebeuren als je je mee laat slepen door mensen met verkeerde overtuigingen.” Na afloop waren er foto’s en applaus. Heppner vertrok moe maar tevreden. Zijn boodschap bleef eenvoudig: “We moeten zuinig zijn op onze vrijheid.”















