Het kabinet wil de stikstofuitstoot onder meer in de Mariapeel fors reduceren. (Foto: Joyce van Dijk)
Het kabinet wil de stikstofuitstoot onder meer in de Mariapeel fors reduceren. (Foto: Joyce van Dijk)

‘Wel degelijk ruimte voor flinke veehouderijen in de Peel’

Algemeen 13.952 keer gelezen

DE PEEL – De veestapel hoeft niet te krimpen om de stikstofdoelen voor de Peel te behalen. Dat betogen hoogleraren Han Lindeboom en Johan Sanders, medeauteurs van de Focusgroep Stikstof. Volgens hen zijn er legio andere mogelijkheden die soelaas bieden, zoals het aanzuren van mest, het eiwitgehalte in veevoer verder verlagen en vlinderbloemigen tussen grasland zaaien. Rigoureus saneren zou juist een averechts effect sorteren.

door Maarten Driessen

Beide hoogleraren hebben hun sporen inmiddels wel verdiend. Sanders en Lindeboom werkten jarenlang bij de Universiteit van Wageningen en zijn inmiddels met emeritaat. Beiden zijn lid van D66 en werkten onder die vlag mee binnen de Focusgroep Stikstof. Daar kwam een rapport uit voort: ‘Hoe komen we uit de stikstofimpasse in Nederland?’

Een uitvoerig stuk met een kritische kijk op de rekenmodellen van het RIVM, een herberekening van concentraties en maatwerkvoorstellen voor de korte en lange termijn. Maar toen de groep het rapport presenteerde, bleek dit tegen het zere been van D66-Kamerlid Tjeerd de Groot. De focusgroep constateert tenslotte dat snijden in de veestapel helemaal niet nodig is om de gewenste stikstofreductie te behalen. Ook bevat het rekenmodel van het RIVM volgens hen ernstige gebreken.

“Ik kwam erachter dat De Groot uiterst selectief met de wetenschap omgaat. Ik mocht bepaalde dingen gewoon niet zeggen, dat heeft me verbaasd”, zegt Lindeboom. Maar toen De Groot in de Tweede Kamer tot twee keer toe de inhoud van hun rapport ontkende, besloot de groep het stuk dan maar op eigen titel te publiceren. D66 verplichtte daarbij wel dat alle partijlogo’s werden verwijderd. En zo geschiedde.

Via een omweg ziet het rapport nu dus alsnog het levenslicht. De hoogleraren hopen op een meer genuanceerde aanpak met veel ruimte voor maatwerk. “Hou op met getallen, want die kloppen toch niet. Het RIVM-model is totaal niet geschikt om voor heel Nederland te gebruiken.”

Zelf trok Lindeboom vorig jaar ook naar de Peel, waar hij samen met een boswachter een wandeling maakte. “Je ziet de effecten van stikstof vooral aan de rand van het natuurgebied. Door ter plekke maatregelen te nemen kun je een heel eind komen. Kijk bijvoorbeeld van welke kant de wind komt. Liggen veehouderijen ten westen en binnen een straal van 500 meter, dan komt de ammoniak deels in het natuurgebied terecht.”

De botte bijl-aanpak die het kabinet nu voorstelt is volgens Lindeboom daarom onzinnig. “Met de kennis die ik heb, en ik ben op dit onderwerp gepromoveerd, zeg ik: dit is nergens voor nodig. Totaal belachelijk. Ik zie geen enkele reden waarom je in de Peel geen flinke veehouderijen zou kunnen hebben, zolang er maar naar de voorstellen uit ons rapport wordt geluisterd.”

Best opgeleide boeren

Oók omdat wat hier wordt afgebroken, elders in de wereld weer moet worden opgebouwd. Maar dan door een agrarische sector die stukken minder is ontwikkeld dan de onze.

Hoogleraar Johan Sanders wordt daarom ook niet enthousiast van rigoureus snijden in de veestapel. “Er liggen heel veel kansen om deze op peil te houden, en toch de stikstofuitstoot drastisch omlaag te brengen. Ik durf te zeggen dat we de best opgeleide boeren ter wereld hebben. Als die dat niet zouden kunnen, wie dan wel?”, aldus Sanders.

Op basis van inhoudelijke argumenten probeert hij D66 daarom tot een bredere kijk te verleiden. “Binnen mijn partij zijn er veel mensen die zeggen: ‘Wij zijn Europeaan, wij kijken breder dan Nederland.’ En tegelijkertijd komt dan dit geluid naar buiten, omdat één Kamerlid heel veel te zeggen heeft. Maar voor elke hectare landbouwgrond die we in Nederland uit gebruik nemen, moeten we er elders in de wereld minstens twee meer ín gebruik nemen. En die zijn er niet meer.”

Vooropgesteld: Sanders is het volledig eens met de stikstofdoelen zoals die nu voorliggen. Alleen over de route daarnaartoe verschillen de meningen. “Als we die 39.000 ton bereiken door het verkleinen van de veestapel, dan hebben we ons eigen korte-termijnprobleem misschien opgelost. Maar er speelt een veel groter probleem, en dat is dat we qua stikstofgebruik wereldwijd al boven onze planeetgrens zitten.”

Laat Nederland daarom maar pionieren, mét de agrarische sector, om bij landbouwproducten tot efficiënter gebruik van stikstof te komen.

Tiental maatregelen

In het rapport noemt Sanders daarom een breed scala aan stikstof reducerende mogelijkheden. Een tiental daarvan licht hij er graag uit. Zoals het aanzuren van mest in de kelders van varkenshouders, waarmee je de ammoniakuitstoot verlaagt. Plus het verlagen van het eiwitgehalte in varkens- en kippenvoer door er aminozuren aan toe te voegen.

Dat gebeurt momenteel al met enkele zuren, maar met drie andere, tot dusver kostbare aminozuren kunnen nog betere resultaten worden geboekt. Door voor deze varianten te kiezen kan in Nederland volgens hem 2.000 ton stikstof worden bespaard. En als veel boeren voor deze zuren kiezen worden ze vanzelf goedkoper.

Daarnaast kan ook het eiwitgehalte in koeienvoer volgens Sanders verder omlaag. “Op dit moment krijgen koeien heel veel eiwitten uit ingekuild gras. Dat eiwit is niet heel erg bestendig, maar je kunt ongestraft bestendig eiwit toevoegen. Daarmee wordt bedoeld: eiwit dat niet wordt afgebroken in de pens, maar verderop in het maagdarmkanaal. Als dat eiwit is van een beetje kwaliteit, dan levert dat in Nederland nog eens 1000 tot 1500 ton stikstofreductie op.” En ook hier geldt: hoe meer boeren daarvoor kiezen, hoe meer de prijs kan worden gedrukt.

Bietenteelt onder de loep nemen kan eveneens zoden aan de dijk zetten. “In Nederland blijft op 80.000 hectare bietenloof achter na het rooien. Dat is ongeveer 80.000 ton aan heel mooi eiwit. Dat wordt afgebroken tot ammoniak en nitraat. Een deel gaat naar het grondwater en een deel gaat als ammoniak de lucht in. Als je in de buurt van de Peel bietenteelt hebt, kun je per 130 hectare één ton stikstof besparen.”

“Een veel grotere maatregel is om gras te bioraffineren”, zegt Sanders. Zelf richtte hij daarom ook zo’n bioraffinagebedrijf op. Gras wordt daar gescheiden in een eiwitproduct speciaal voor varkens en pluimvee en een product voor rundvee met vezels en vooral bestendige eiwitten. “Per vijftig hectare grasland kun je zo al een ton stikstof besparen. In de buurt van de Peel is er ongetwijfeld een hoop grasland beschikbaar. Dus dit is een hele forse, ook voor de Peel.”

Eveneens kansrijk: het zaaien van vlinderbloemigen tussen grasland. Dat biedt tevens gelegenheid tot een mooie samenwerking. Een akkerbouwer kan een koeienboer tenslotte precies vertellen hoe hij dat het beste kan doen. “Koeienboeren weten al dat ze dat moeten zaaien, maar niet hoe ze het zodanig intact houden dat ze er het hele jaar door plezier van hebben.”

Ook kan de ammoniakuitstoot effectief worden gereduceerd door het aanzuren van mest. In Denemarken gebeurt dat op grote schaal met zwavelzuur, maar eleganter is om organische zuren te gebruiken. Deze worden in een biogasinstallatie namelijk omgezet in biogas.

Tot slot ziet Sanders wat in het strippen van ammoniak uit mest. “Als je biogas maakt, komt er tijdens de mestfermentatie ammoniak los. Door die gestaag een beetje op te warmen gaat er ammoniak de lucht in, maar als je dat opvangt met zwavelzuur kun je ammoniumsulfaat maken. Dat is een goede meststof die je nuttig kunt inzetten.”

Werkgroep voor de Peel

Sanders oppert daarom om een speciale werkgroep in de Peel op te richten, waarin samenwerking plaatsvindt tussen varkens- en kippenhouders, rundveebedrijven en akkerbouwers. “Samen aan de keukentafel een plan maken dat we vervolgens aan de provincie kunnen voorleggen. Dan hebben we met elkaar de kans om het probleem een heel eind te laten verdwijnen of zelfs helemaal op te lossen. Mét een goed verdienmodel, want dat is de andere kant. Het moet niet alleen het oplossen van het huidige probleem zijn, maar boeren moeten ook uitzicht krijgen op een betere toekomst. Dat moet kunnen.”

Boeren met interesse in deze werkgroep kunnen via de redactie contact opnemen met Sanders: maarten@dasmediacentrum.nl.

Uit de krant