Afbeelding

Smakelijk maat

Algemeen 126 keer gelezen

Er moet een parallel universum zijn waarin honden de economie besturen, en ik ben er vrij zeker van dat we daar inmiddels gevaarlijk dicht tegenaan schuren. Hoe ik daarbij kom? Wat dacht u van reclames voor hondenvoer dat zo duur is dat je er zelf spontaan van op dieet gaat? 

Ik dacht eerst dat de kat die een zorgvuldig geprakt blikje voorgeschoteld kreeg met een takje peterselie erop het toppunt van idioterie was, maar het kan duidelijk nog erger. “Ambachtelijke kalkoen met een hint van lavendel en quinoa.” Voor je hond. In een kuipje. Dat in de koelkast moet vanwege de versheid. Sterker nog: per portie verpakt, want hij mocht eens wat te veel of te weinig binnenkrijgen. 

Je hond heeft een verfijnd gehemelte, zo blijkt uit de reclame waarin een glanzende labrador met een zijden sjaaltje om zijn nek zijn neus ophaalt voor gewone brokken. Nou heb ik ook een hond. Een eigenwijs ondermaats schupheundje met de naam Wimke, dat zijn dagen doorbrengt in zalige ledigheid, met het molesteren van schoeisel, het graven van gaten op onnutte plekken en met keffen naar alles wat voorbijkomt. 

De reclames vertellen me dat Wimke’s welzijn afhankelijk is van deze culinaire hoogstandjes. Dat zijn vacht gaat glanzen, zijn energie zal toenemen (alsof dat nodig is) en hij waarschijnlijk ook Frans zal gaan verstaan. Er zijn zelfs spotjes die suggereren dat je hond pas hierdoor “zijn ware zelf” wordt. 

Dat hij zelfvertrouwen krijgt en een diepere connectie met het universum, en mogelijk een LinkedIn-profiel aanmaakt. Dat hij zonder twijfel onder depressies gebukt zal gaan als hij geen “biologisch gekalibreerde zalm met een reductie van bosbes en existentiële rust” in zijn etensbak krijgt en dat hij zeker doodongelukkig wordt zonder “met liefde gestoomd hertenhart met artisjokschuim en een vleugje maanlicht”. 

Voor Wimke dus. Diezelfde Wimke die gisteren nog probeerde een sok te trouwen, voordat hij een stuk karton consumeerde alsof het bereid was door een sterrenchef. Laten we eerlijk zijn: de natuurlijke smaakvoorkeur van een hond ligt niet bij “zacht gegaarde zalmfilet met biologische pompoencrème.” 

Nee, die zit ergens tussen “paardenpoep van gisteren” en “al lang dood vogeltje met crunch.” Terwijl ik dit stukje zit in te tikken kijk ik even naar buiten, naar Wimke die, na zijn dagelijkse bak brokken, zojuist met zichtbaar genoegen een halfvergaan stuk iets uit de bosjes heeft gegeten waarvan ik hoop dat het een takje was. Diep van binnen weet ik dat het dat niet was. Het ga u bijzonder, en mij ook.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant