
Gemeenschapsgeld
AlgemeenVergeef me. Telkens weer als ik het woord gemeenschapsgeld lees moet ik denken aan roodverlichte ramen waarachter voluptueuze vrouwen hun waar tonen in uitdagende lingerie. Vorige week had ik zo’n ervaring. Gemeenschapsgeld, het klinkt als een lullig inkomen. Het loonzakje waarin de peespecunia’s zitten is smoezelig, besmeurd, bevlekt en draagt een onbestemde geur die in de verte neigt naar een blend van Old Spice, Fresh Up en Tabasco.
Menigeen zal er zijn neus nuffig voor ophalen; mij niet gezien dat gemeenschapsgeld. Gemeenschapsgeld is, welbeschouwd, iets voor het plebs dat zich vermaakt met boertig toneel, kunstmatig gefabriceerde muziek en Dime novels –ook wel bekend als stuivers- of dubbeltjesromans. Echter, wanneer gemeenschapsgeld aangewend wordt om kunst te stimuleren of een, ik noem maar wat, zieltogend museum uit het slop te trekken leidt dit steevast tot neerbuigende kritiek. Want wat is kunst? Daar heeft iedereen zo zijn mening over.
Naast bondscoach is elke Nederlander ook kunstkenner. Maar, gemeenschapsgeld wordt niet alleen in kunst of andere hobby’s gestoken. Nee, het meeste gemeenschapsgeld krijgt een andere bestemming. Neem de spoortunnel die er nu toch, hè hè, eindelijk, ècht gaat komen, maar fors duurder uitvalt door talmende politici en kleinzielige procedures van mensen die niet verder kijken dan de eigen neus lang is.
We hebben het hier over een kleine tien miljoen euro gemeenschapsgeld. Ons geld. Och, wat hadden we voor dit geld toch zoveel leuks kunnen doen voor de gemeenschap. We hadden, zum Beispiel, woningbouw kunnen plegen op de locatie van de voormalige Fatimaschool, een unieke boerderij aan de Helmondseweg kunnen behoeden voor verval, het Fraterhuis kunnen kopen voor een habbekrats, of een jongerencentrum overeind houden.
Gemiste kansen. Ons dorp, Het dorp, grossiert erin. Wanneer je Deurne zegt, dan weet heel Nederland dat daar in 2025 het Groot Dictee der Nederlandse Taal plaatsvond in het Huis voor de Samenleving. Zeg maar, het gemeenschapshuis. Telkens weer als ik het woord gemeenschapshuis lees speelt er zich een liedje af in mijn hoofd.
There is a house in New Orleans
They call the Rising Sun
And it’s been the ruin of many a poor boy
Dear God, I know I was one
Gemeenschapsgeld uitgeven aan een kunstherberg is een nobele daad en heus wat anders dan voor goudgeld genaaid worden.















