
Bruin goud
AlgemeenAfgelopen zaterdag vond in het Huis voor de Samenleving aan de Markt in Deurne het Groot Dictee der Nederlandse Taal plaats. Schrijver Wim Daniëls tekende voor de zeven zinnen tellende tekst met de toepasselijke titel, Het dorp. Terwijl in de centrale hal twee teams van prominenten en luisteraars van het radioprogramma De Taalstaat en lezers van het taalmagazine Onze Taal het tegen elkaar opnamen boog, iets verderop in de Peelzaal, een exquis gezelschap Deurnenaren zich ook over de tekst.
Samen met Saskia Hendrix-Verhees en Hans van Hoek mocht ik, zei de gek, als jurylid de dictees nakijken. Beslist geen sinecure en alleszins eervol. Een leuke tekst met een hoog Deurnegehalte waarin de nodige spellinghobbels vielen te nemen en taalvalkuilen te omzeilen. Vanzelfsprekend keek in de tekst de mythische dokter Hendrik Wiegersma meermaals om de hoek.
Maar, ook werd in de kortste zin van het dictee – de tweede - stilgestaan bij het bruine goud uit Deurne; de frikandel. Zonder de andere zes zinnen tekort te doen, vind ik die zin de leukste. De frikandel is weliswaar geen Deurnese uitvinding, net zomin als Hub van Doorne en Hendrik Wiegersma native Deurnenaren waren, maar, Deurnenaar Jan Bekkers maakte de frikandel wél groot.
Over Jan Bekkers circuleren twee aardige anekdotes. In de ene wordt verteld dat Jan om voor zijn broer Koos in het telefoonboek te komen zijn naam liet veranderen in Beckers, met ck. Het andere verhaal is geloofwaardiger; om zich te onderscheiden van de andere slagers in de omgeving met de naam Bekkers koos Jan voor Beckers met ck. Edoch, dit terzijde.
Een veelgehoorde klacht over het dictee was dat het voorlezen te snel ging. Ik heb dat niet zo ervaren. Dat ik de tekst niet hoefde op te schrijven hielp daarbij enorm. Ik kon redelijk relaxed het gebeuren van de zijlijn gadeslaan. Aan die zijlijn viel nauwelijks angstzweet waar te nemen. Wel een naar totale devotie neigende passionele geestdrift voor de Nederlandse taal.
Wat ook opviel was de leeftijd van de deelnemers. De meesten waren, laat ik mild zijn, ruim 27… Het mooiste woord dat aan Daniëls’ brein ontsproot en de deelnemers neer moesten pennen was breischeicollectioneur. Zo hield die dekselse Wiegersma, meer dan een halve eeuw na zijn verscheiden in 1969, de gemoederen in Deurne – en ver daarbuiten - bezig met zijn verzameling breinaaldfoedralen.















