
Komkommertijd
AlgemeenHet zal u ongetwijfeld niet ontgaan zijn, maar het is de laatste tijd behoorlijk hèjet. Zweet gutst via ruggengraat en bilspleet in het katoen van het Zeemanondergoed, of naast de string recht in de designerjeans. Klotsende oksels, een parelend voorhoofd. U kent het wel. Een van de epische hete zomers was die van 1976.
Van regeringswege werd zelfs verordonneerd dat je niet nodeloos water mocht verspillen. Wie zijn auto waste werd op de bon geslingerd. Ik bivakkeerde in dat jaar regelmatig op de zonneweide van De Wiemel. Die zonneweide deed in vroeger tijden dienst als hoofdveld van de - toen nog – RKSV Deurne.
In dat jaar deed ik ook vakantiewerk. In een bakkerij. Was het niet heet, in die bakkerij? Ja, maar dat viel best mee. Hèjet weer. Ik heb het liever dan koud weer en nog heel veel liever dan regen, want inmiddels ben ik postbode. Edoch, dit terzijde. Ik smeer me nooit in. Met geen enkele factor. Ik zorg er gewoon voor dat ik uit de zon blijf of bedek mijn lijf. Het nadeel van die zonneboter is namelijk dat je gaat denken dat je, je gewoon bloot kunt stellen aan de koperen ploert. Niet smeren. Bedekken. Of beschutting zoeken. Scheelt een hoop en kost niets.
En, omdat het komkommertijd is, heb ik nog een verhaaltje voor u. Of, eigenlijk twee. Mijn moeder zaliger was eens zo ernstig verbrand dat ze niet wist waar ze het zoeken moest. Ze was zo rood als een kreeft op haar rug. Er stonden nog net geen blaren op.
Ze lag op haar buik op bed en had niet veel te missen. Komkommer. Mompelde ze. Ik verstond haar niet goed, want ze had haar gebit al uit. Pak een komkommer, snijd die in plakjes en leg die op mijn rug. Ik, ik zal een jaar of 11, 12 geweest zijn en deed wat ze me vroeg. Het bracht haar verlichting.
Een paar jaar later ging ik voor het eerst op vakantie met een aantal vrienden. In Domburg, de mooiste badplaats – by far - van Nederland. Een van ons was gezegend met een roomblanke huid en ook hij werd slachtoffer van de koperen ploert. Ik, ervaringsdeskundige, kon verlichting brengen door in de kampwinkel een komkommer te kopen, deze in schijven te snijden en op zijn gefolterde rug te leggen.
De foto zit nog ergens in een schoenendoos, of album. Hij knapte zienderogen op. Indachtig de titel van deze Koolumn leek het me wel lollig om deze speciale periode van het jaar te eren met een verhaal dat kant nog wal raakt.















