
237.500
Algemeen 161 keer gelezenDit is mijn 100ste Koolumn. ‘Moet je niet iets speciaals doen?’ vroeg mijn eeuwige vriendin. Ja, antwoordde ik. Dus daarom deze keer niets speciaals, want 100 is maar een getal. Toch heb ik wel even getwijfeld. Maar, twijfel is iets voor filosofen en wetenschappers, sprak eens een groot denker.
Ik ben praktisch ingesteld. Gras is groen en vroeger kon je een gulden maar een keer uitgeven. Dat hield gelukkig op toen de euro kwam, maar die munt blijkt dezelfde onhebbelijkheid te hebben. Ik zette me aan het tekstklavier en begon me het schompes te tikken. Tussendoor nam ik een hapje van het appelgebak waarop ik mezelf had getrakteerd. Voor de gelegenheid had ik er een kaarsje in geprikt en aangestoken om het direct weer uit te blazen.
Zo’n Koolumn schrijven is geen sinecure, want je moet een onderwerp hebben. Het vinden van een onderwerp is nog het meeste werk. Daar ben ik soms wel een week mee bezig, maar ooit hoef ik er nauwelijks moeite voor te doen. Ik lees ook columns van anderen. Uiteraard die van mijn gewaardeerde collega Cees van den Broek die eveneens in dit Weekblad zijn licht laat schijnen over allerlei zaken die hem na aan het hart gaan.
Ook in mijn ochtendblad lees ik de meeste columns en, omdat ik geabonneerd ben op de digitale HUMO, verslind ik de columns van de door mij zeer gewaardeerde held der Vlaamse letteren Herman Brusselmans. Ik probeer er altijd wat van op te steken, maar kies wel mijn eigen weg.
Zo’n Koolumn is toch iets van jezelf. Na de laatste hap appelgebak en een ferme slok cola zero laat ik een bevrijdende boer en zwoeg verder om u van een kersverse Koolumn - de 100ste, jawel! – te voorzien. Op mijn jongenskamer staat de radio aan en met een half oor luister ik naar Hilversum 1. Soms is er sport op, of een interessant gesprek. Hoewel ik ontzettend veel van muziek hou, kan ik ook goed zonder.
Op Hilversum 1 wordt slechts spaarzaam muziek gedraaid. Zo nu en dan controleer ik of mijn Koolumn voldoende tekens bevat, want het maximum bedraagt 2.375 tekens. Dat is het totaal van woorden, spaties en leestekens. Mijn computer houdt dit keurig voor me bij.
100 Koolumns, dat zijn dus 237.500 tekens. Ik denk dat ik toch maar wat slingers ophang, een vrolijk feestmutsje op zet en een fles goede wijn ontkurk om samen met mijn eeuwige vriendin deze gedenkwaardige mijlpaal te vieren. Op naar nummer 101. Chin chin!















