
Oorlogsveteraan Duncan van der Velden: ‘De doden staan nog elke avond aan mijn bed’
Algemeen 173 keer gelezenBAKEL - Jarenlang dacht Duncan van der Velden (54) dat de pijn in zijn been het gevolg was van een granaatsplinter die hij tijdens zijn uitzending naar Bosnië opliep. Pas veel later ontdekte de veteraan uit Bakel dat de oorzaak vooral in zijn hoofd zat. De ervaringen tijdens de VN-missie in de Bosnische burgeroorlog hadden diepe sporen nagelaten. “De doden staan nog elke avond aan mijn bed.”
door Bram Vannisselroij
Van der Velden was achttien toen hij in 1989 bij het leger ging. Een paar jaar later werd hij als geneeskundig verzorger uitgezonden naar Bosnië-Herzegovina. De missie stond onder de vlag van de Verenigde Naties en had als doel humanitaire hulp te bieden en de vrede te bewaren. “Maar er was helemaal geen vrede. We waren slecht voorbereid en hadden veel te lichte bewapening. Met een jeep met een zeiltje stonden we tegenover Servische tanks.”
Vooral de onmacht tijdens de missie bleef hem bij. “We kregen te horen dat er drie groepen tegenover elkaar stonden, maar het waren er misschien wel twintig.” Tijdens een beschieting kreeg hij een granaatsplinter in zijn kuit. Omdat hij als medic was opgeleid, maakte hij de wond zelf schoon met jodium.
Een gebeurtenis die hem veel meer zou tekenen, speelde zich af toen hij als geneeskundig verzorger een gewonde vrouw wilde helpen. “Ik kwam in een dorp en zag een vrouw met een plastic tas. Ze werd geraakt. Ik wilde naar haar toe, maar kreeg het bevel dat niet te doen. Je moet als VN-militair onpartijdig blijven.”
Juist dat conflict tussen zijn opdracht en zijn geweten vormt volgens Van der Velden de kern van wat tegenwoordig moral injury wordt genoemd. “Ik heb een eed afgelegd als medic om mensen te helpen. Maar ik mocht niets doen. Dat druist daar volledig tegenin.” Het beeld van de gewonde vrouw bleef hem achtervolgen. “De lokale bevolking ziet vervolgens een gewonde moslimvrouw en een ziekenauto met een groot rood kruis erop wegrijden. Dat wringt.”
Na terugkeer in Nederland kreeg Van der Velden nauwelijks gelegenheid om de gebeurtenissen te verwerken. Zijn konvooi werd onderweg nog beschoten en enkele uren later was hij alweer thuis. “Daar werd ik gek. In Bosnië vreesde je voor je leven en in Nederland was het ergste wat kon gebeuren dat de koffiemelk op was. Althans, zo zag ik dat toen.”
Bij thuiskomst stond er zelfs een feestje gepland. “Daar zat ik helemaal niet op te wachten.” Van nazorg was destijds nauwelijks sprake. Ook op de kazerne werd niet over de ervaringen gesproken. Thuis bleek het moeilijk om weer mee te draaien. “Als mijn vrouw iets vertelde, vroeg ik het vijf minuten later opnieuw. Dan zat ik met mijn hoofd nog in Bosnië.”
Diagnose
Van der Velden bleef ondertussen last houden van lichamelijke en psychische klachten. In 2011 kreeg hij spasmen in zijn benen. Hij werkte een tijd als onderwijsassistent, maar ook dat hield hij niet vol. Uiteindelijk belandde hij zelfs in een rolstoel. Pas in 2018 kreeg hij de diagnose PTSS, 25 jaar na zijn uitzending.
In 2022 schreef hij Storm in mijn hoofd over zijn ervaringen en zijn strijd met PTSS. Tijdens de coronaperiode volgde een terugval. In 2023 zocht hij opnieuw hulp. In een gespecialiseerde kliniek kwam ook moral injury nadrukkelijk aan bod. “De film over het leven van Marco Kroon was een trigger. In die film ziet hij steeds een Afghaans jongetje. Dat herkende ik. Ik had ook zo’n beeld dat steeds terugkwam.”
De behandeling was intensief. “Hele dagen therapie, van 7.00 tot 21.30 uur. Je moet het trauma opnieuw beleven, maar dan in het nu.” Hij volgde onder meer EMDR, een therapievorm waarbij traumatische herinneringen worden verwerkt. “Het verhaal moest eruit.”
De ervaringen en de behandeling vormden uiteindelijk de basis voor Bloedend Hart, waarin Van der Velden schrijft over moral injury en de gevolgen van zijn ervaringen in Bosnië. Zijn PTSS-klachten zijn inmiddels veel rustiger. “Ik voel me op dit moment goed, maar het zal altijd een deel van mij zijn.”
De ervaringen hebben hem er bovendien toe gebracht anderen te willen helpen. Als ervaringsdeskundige geeft hij uitleg over moral injury en werkt hij mee aan een lesprogramma. Volgens Van der Velden is de nazorg voor uitgezonden militairen tegenwoordig verbeterd.
Begeleiding
“Militairen worden nu na een missie eerst even uit de situatie gehaald en krijgen begeleiding. In mijn tijd was het niet zeuren, maar doorgaan.” Ook merkt hij verschil met de manier waarop hij destijds werd voorbereid en begeleid. “De nazorg is in Nederland nog lang niet perfect, maar veel beter dan in andere landen.”
Van der Velden wil vooral dat er meer bekendheid komt rond moral injury. “Ik mocht niks doen, maar ik kon wél iets doen. Zo voelde het.” Door zijn ervaringen te delen, probeert hij anderen beter te laten begrijpen wat het met een militair kan doen wanneer wat hij moet doen botst met wat hij vindt dat hij als mens zou moeten doen. Het boek Bloedend hart is verkrijgbaar via www.duncanvandervelden.nl/boeken/















