Afbeelding

In memoriam

Algemeen 237 keer gelezen

Enkele weken terug overleed “kunstenaar” Wim T. Schippers. Ons land heeft écht grote kunstenaars voortgebracht. Mensen die een blok marmer omtoverden tot een meesterwerk en tubes verf veranderden in emotie. En dan hadden we ook nog Wim T. Schippers, die naar een pot pindakaas keek en dacht: “Hier ga ik subsidie voor aanvragen.” 

Want wat bij vrijwel al zijn “kunstwerken” vooral opviel, was dat er een subsidieformulier leek rond te zweven. Best begrijpelijk, want stel je voor dat hij had moeten leven van vrijwillige bijdragen. “Goedemiddag meneer, wilt u een dik bedrag investeren in mijn nieuwe project?” “Wat is het?” “Ik giet een flesje frisdrank in de zee.” “En daarna?” “Dan is het kunst.” 

Zijn Pindakaasvloer was nog stukken onzinniger. Een vloer insmeren met pindakaas is iets wat normaal gesproken alleen gebeurt wanneer een kleuter een kwartier alleen thuis wordt gelaten. Toch werd dit gepresenteerd als een cultureel hoogtepunt. En dat werkte ook nog, want er kwamen musea, dikke budgetten en 1100 liter pindakaas aan te pas. 

Zeker zo beschamend was zijn Torentje van Drienerlo, een torenspits die half uit een vijver bij de Utrechtse universiteit steekt. Vanwege “kunst” betaalde de academie waarschijnlijk gewoon voor een hele kerk. Critici zagen in de vijver een “diepzinnige botsing tussen geloof en wetenschap”, studenten vooral een prima plek om tijdens introductieweken in te vallen. Zijn toneelstuk voor zes herdershonden was vooral een ridicule karikatuur van zichzelf. Het idee dat volwassen subsidiecommissies serieus hebben moeten beoordelen of dit “theater” was, de ware kunst. 

De honden leken in elk geval de enigen die niet deden alsof ze het gebeuren begrepen. En dan is er nog de vier meter hoge hondendrol. Een object dat eigenlijk alleen verdedigd kan worden door zo hard mogelijk “conceptueel” te blijven roepen totdat alle terechte kritiek ophoudt. Dat het door een publieke omroep werd aangekocht zegt minder over het object dan over hoe geldstromen binnen de cultuursector hun eigen weg volgen: losgezongen van smaak of noodzaak. 

Voor mij staat eigenlijk maar één ding fier overeind in het oeuvre van Schippers: de stem van Ernie in Sesamstraat. Bij Ernie hoef je tenminste niet te doen alsof je het begrijpt om mee te mogen doen. Je kijkt gewoon, lacht, en gaat verder met je dag. En dat is ook het enige moment waarop ik Wim T. niet zag als een culturele subsidiespons, maar als iemand die een keer precies goed zat. “Eeh Bert, ik heb een plan.” Het ga u bijzonder en mij ook.

.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant