
63ste Couplet
Algemeen 111 keer gelezenHemelvaart, Pinksteren, Avond Vierdaagse, Kermis. De Deurnese viereenheid. Vorige week trok de Avond Vierdaagse weer door ons pittoreske Peeldorpje. Altijd weer een hoogtepunt, hoewel ik het allang niet meer op de (jawel) voet volg. Maar de nostalgische gevoelens borrelen elk jaar toch weer op wanneer ik in de verte, of van dichtbij, kinderstemmen hoor.
Van je hela hola houd er de moed maar in. Het hondje van de bakker heeft vies gedaan. Hij is wezen zwemmen zonder zwembroekje aan en natuurlijk: ik heb een potje met vet, al op de tafel gezet. Al die evergreens komen, anno 2026, nog steeds voorbij. Ooit zong ik ze luidkeels mee. Natuurlijk passeren ook nieuwe klassiekers, zoals: Waar is dat feestje? Hier is dat feestje! En: van links, naar rechts.
Ik heb, ergens in de jaren zestig of zeventig van vorige eeuw als welp meegelopen. Daar heb ik geen actieve herinnering aan, maar er zijn foto’s van. Of ik in schoolverband heb meegelopen? Ik weet het niet. Wel heb ik, toen ik al op de LTS zat, ‘m nog een keer met een vriend gelopen. Destijds was het verzamelen op de speelplaats van de jongensschool aan de Zandbosweg.
Terwijl ik dit zat te tikken moest ik denken aan een speciale jubileummedaille. Ik moest hem nog ergens hebben liggen. Ik dacht, die pak ik zo, want al jarenlang lag hij in een verroeste koektrommel op mijn Jongenskamer. Ik zoeken, maar kreeg hem niet gevonden. Ik wist zeker dat ik hem niet weggegooid had, dus ik ben letterlijk en figuurlijk én onder barre weersomstandigheden in mijn archieven gedoken.
En, jawel, daar was ie. Keurig gespeld op een vaantje van het schoolverlaterskamp van de lagere school. 10 Jaar A.V.D. Deurne. 1972, Dus. Ik was tien. In die verroeste koektrommel vond ik nog wat artefacten, zoals een kruisje ter gelegenheid van mijn eerste communie met op de achterkant de datum 3 mei 1970.
Ook een platte steen die wat weg heeft van een speerpunt, een zakmes met afgebroken punt die ik eens vond, mijn eerste horloge (met blauwe wijzerplaat en fluorescerende wijzers), een stoer leren horlogebandje met net echte kogels, de bidprentjes van mijn opa en oma van moeders kant en nog wat zaken waarover later misschien meer. Terwijl al die zaken door mijn handen gingen betrapte ik me erop dat ik zachtjes zong: ‘Dit was het 63ste couplet. Ik heb een potje, potje, potje, potje vet, al op de tafel gezet.’















