
Inspiratie
AlgemeenWanneer je inspiratie zoekt kun je het beste in de verte kijken zonder ergens aan te denken. Alles wat je dan ziet is pure inspiratie. Ik vind dit niet alleen een mooie uitspraak, maar tegelijkertijd ook een wijze raad. Het schijnt, maar ik ben daar niet zeker van, dat deze uitspraak gedaan is door de - in de vergetelheid geraakte – Deurnese filosoof Frons Wenkbrauw.
Gisteren maakte ik kennis met Frons Wenkbrauw en diens werken tijdens een interessante filosofische lezing in conferentiecentrum Ooit Gedacht (niet te verwarren met het Drentse Nooitgedacht) in het Belgische Oelegem, een deelgemeente van Ranst in de Kempen. Samen met mijn Friese vriend Fake Fakema, die me attendeerde op de lezing, woonden we met een tiental andere geïnteresseerden de inspirerende bijeenkomst bij. Spreker was L’apri Uno, die bekend staat om zijn enthousiaste en bevlogen wijze van vertellen.
De lezing werd gegeven in het Vrieselhof, een imposant kasteel dat rond 1457 opduikt in de geschiedenisboeken als ’t hof van Vriesele. Tijdens de Tachtigjarige oorlog gingen de inwoners van Oelegem meerdere malen schuilen in het kasteel. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 staken de Belgische troepen het kasteel om strategische redenen in brand. Tussen 1917 en 1919 werd het kasteel herbouwd. Uno schetste een levensecht beeld van de filosoof Wenkbrauw die, volgens hem, Uno, ergens rond 1200 geleefd moet hebben in de contreien van Deurne.
Een sterfdatum van de grootste denker van de lage landen – zoals Uno hem portretteerde – was niet bekend. Na dit feit opgelepeld te hebben keek Uno ons op samenzweerderige wijze aan en liet een stilte vallen. Uit zijn versleten aktetas diepte Uno een perkament op en toonde het ons. ’Kijk’, zei hij, ‘Dit is het enige document van Frons Wenkbrauw dat tot dusver bekend is. Een aantal van zijn inzichten is hier opgeschreven.’ Met een van die inzichten opende ik deze Koolumn, maar ik laat u graag ook kennismaken met nog wat andere overpeinzingen van de mysterieuze Deurnese wijsgeer.
Zo stelde Wenkbrauw dat: Alles is al gezegd, maar lang niet alles is gehoord. Of: Dode denkers leven eeuwig, leve de denkers. Onderweg naar huis blikten Fake en ik terug op een welbestede woensdagochtend en beiden waren we het erover eens dat Wenkbrauws’ constatering: Geluk is een chronisch gebrek aan pech, nog steeds een hele rake is.