(Foto: Micle de Greef)
(Foto: Micle de Greef)

‘Het maakt ons nog steeds trots’

Algemeen 322 keer gelezen

DEURNE - In de jaren 60 van de vorige eeuw werkte het Deurnese bedrijf Te Strake in het geheim aan een revolutionaire luchtweefmachine. De uitvinding die zij ontwikkelden bleek een doorbraak die tot op de dag van vandaag wordt toegepast in de hele wereld. Drie oud-werknemers die aan de wieg stonden van de luchtweefmachine maakten een naslagwerk over de totstandkoming. Zaterdag werd het boek in het Weverijmuseum in Geldrop overhandigd aan de nazaten van de familie Te Strake.

Het principe van de luchtweefmachine werd begin jaren vijftig van de twintigste eeuw bij toeval ontdekt toen Lambertus te Strake spelenderwijs een draad door een limonaderietje naar binnen zoog. Bij het proefdraaien van de door Te Strake gereviseerde oude weefmachines ook in de jaren 50 merkte Doris Fransen op: “Het is toch van de zotte om een lichte draad te transporteren met een “locomotief”. 

Na 6 jaar ontwikkelen is er opvallend genoeg niet één medewerker in dienst in de ontwikkeling die ook maar enige kennis had van weven of textiel. Op 1 april 1963 komt Huub van Mullekom (88) in dienst om het luchtweven mede verder uit te werken. Hij is allesbehalve positief en ziet veel beren op de weg. Toch gaat hij samen met Piet Geven (83) en Sjef Coolen (86) aan de slag. De drie Deurnenaren boeken langzaamaan resultaat, maar de directie schaart zich niet direct achter de creatievelingen. “Zij hielden vast aan de traditionele technieken die zij voor ogen hadden en door de commissarissen werd opgedrongen in verband met de financiering van de ontwikkeling en die waren zeer conservatief”, blikt Geven terug. 

Het drietal krijgt zelfs zo weinig steun dat Van Mullekom bijna besluit om terug te gaan naar zijn oude werkgever HTM. Toch besluiten ze het zogenaamde ‘tunnelriet’ verder uit te werken. Van Mullekom: “Het maken van het tunnelriet moest in het diepste geheim gebeuren omdat de directie, de projectleider en de commissarissen zich niet konden verenigen om af te wijken van het gangbare “rechte riet”. In de fabriekshal, maar vooral thuis gaan Geven en Van Mullekom aan de slag om een tunnelriet te realiseren. Dit blijkt een van de grote stappen naar succes. Ondanks de tegenwerking krijgt de nieuwe weeftechniek vorm. 

“Bij het traditionele weefsysteem wordt de inslagdraad door middel van een spoel gelanceerd. Het grote nadeel hiervan is dat door de massa het aantal aanslagen per minuut beperkt is. Met het luchtsysteem werd het mogelijk om 1000 aanslagen te halen”, legt Geven uit. Op de ITMA-tentoonstelling in 1967 in Bazel wordt na amper tien maanden voorbereidingstijd met kunst en vliegwerk het eerste prototype gepresenteerd. “Dit prototype werd afgeschermd om ervoor te zorgen dat de bezoekers de machine alleen op grote afstand konden zien en horen lopen”, aldus Van Mullekom. Hoewel het geweven doek bij lange na niet perfect is, maakt het prototype grote indruk als ze het toerental van 600 aanslagen per minuut op de laatste dag demonstreren.

Op de ITMA in 1971 in Parijs komen ze met een verbeterde versie met vaste estafettespuitjes en eenzijdige lancering van de inslagdraad. De aanwezigen spreken van een wereldprimeur. Er worden al 100 machines verkocht. De eerste tien vertrekken al snel naar Amerika, waar Geven als projectleider de proefplaatsing moet begeleiden. Dit is geen groot succes. Coolen: “Het luchtsysteem was heel goed, maar de constructie van de machines zeer slecht. Toch is het Amerikaanse avontuur niet voor niks geweest, want het luchtsysteem wekt de interesse van de directie van Rüti, een groot weefmachineconcern in Zwitserland dat in 1973 een meerderheidsbelang in het Deurnese bedrijf neemt. Ruim tien jaar later rolt in Deurne de 10.000e luchteenheid van de band. 

“Eigenlijk zou de gehele productie van de machines hier gaan plaatsvinden. Dit gebeurde uiteindelijk niet omdat Rüti bekendmaakte dat zij binnen een paar jaar een nieuwe luchtweefmachine op de markt zouden brengen met als resultaat dat de verkoop van hun spoelweefmachines bergafwaarts ging. Daarom werd de productie naar Zwitserland verplaatst”, vertelt Van Mullekom. Uiteindelijk verdwijnt de productie van de machines helemaal uit Deurne. “Toch maakt het ons trots dat het luchtsysteem dat vijftig jaar geleden in Deurne is uitgevonden tot op de dag van vandaag wordt toegepast.” In 2019 leverde Picanol de 100.000ste luchtweefmachine.

Uit de krant

Uit de krant