De familie Berkvens in de vroege jaren ’40. Vlnr: Louis, Tinus, Mien, vader, Johan, Willem, Tina, moeder, Ties, Toon en Piet.

'Ik slaap er nog ooit niet van'

vrijdag 7 juni 2019 - 12:48|Gerard Geboers

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 22: 'Ik slaap er nog ooit niet van.'

Tijdens de Duitse inval in 1940 woont Piet Berkvens op een boerderij aan de Meijelseweg, ver de Astense Peel in. Het is de tijd van het rijke Roomse leven met z’n kenmerkende grote gezinnen, de tijd ook waarin de bewoners van dit pas ontgonnen gebied streven naar een zelfstandige, eigen parochie. De oorlog leidt tot uitstel van die plannen en donkere wolken pakken zich samen. In 1949 wordt wel nog de Kardinaal Mindszentyschool ingewijd maar een kerk zal er niet komen. De parochie ‘Willemsveen’, genoemd naar de vermoorde burgemeester Wijnen, blijft een stichting op papier.  

Piet is de achtste in de rij van negen kinderen van Hannes Berkvens, het gezin woont in het laatste huis voor café Jeuken, thans ‘de Buizerd’. Als de oorlog uitbreekt is hij zeven jaar, zijn ervaringen zal ik echter pas vastleggen als hij 84 is. Ook dan staan de beelden uit de oorlogsjaren nog altijd scherp op zijn netvlies getekend. Aan praten over de oorlog zal hij wel nooit een hekel hebben gehad, maar sinds hij blind is, doet hij dat graag en veel. Zo houdt hij voeling met de wereld om hem heen.

Als Piet op 11 mei 1940 ’s morgens opstaat, zit hun woonkamer al vol Duitsers. Zijn vader haalt voor die indringers op datzelfde moment een rek met honderd eieren uit de kelder. Maar een boterham voor Piet zit er die dag niet in. Hij vertelt verder: “Je kon de weg niet op, die zag zwart van de Duitsers … allemaal te voet, de sloebers … waar kwamen ze toch vandaan? Dat ging door tot een uur of half drie ‘s middags. Daarna zijn mijn jongste broer, Louis, en ik de Meijelseweg nog een eind afgelopen. Daar lag van alles, Louis heeft er nog een mondharmonica aan overgehouden!”

Van 1941 tot 1943 onderhoudt de familie Berkvens vriendschappelijke contacten met de Duitsers, die het zoeklicht in de buurt bemannen. Piet: “Dat waren goede gasten, één van die lui heeft Louis accordeon leren spelen. Maar na twee jaar in de Peel werden zij opeens naar het oostfront gestuurd.”

Op 14 juli 1943 wordt Piet wakker van een verschrikkelijk gebons. Van zijn vader hoort hij dat er in de buurt een bommenwerper is gevallen. De volgende morgen ziet hij de resten van de Canadese Halifax II HR905 LQ vooraan in de Peel liggen, net over de Eeuwselse Loop op amper een kilometer van hun huis. Hij wil gaan kijken, hij is immers al tien, maar zijn vader verbiedt hem dat: “Laat de Duitsers eerst die doden maar eens afvoeren!” Als die middag drie Duitse Rode Kruisauto’s de afslag Peelweg – de weg naar de crashplek – nemen, is zijn vader weer aan het werk. Dat weet Piet en daarom zegt hij tegen Rien Kuijpers, een Helmondse vakantiegast die bij hen verblijft: “Kom mee, we gaan kijken! Het mag wel niet, maar we doen het toch!” Een Duitse onderofficier komt naar hen toe als ze wat verdwaasd naar de zes doodskisten bij het vliegtuig staan te staren. “Hier liggen jullie vrienden”, zegt hij in goed verstaanbaar Duits en dan tegen Rien, die enkele jaren ouder en bijgevolg een stuk groter is: “Jij moet mij helpen!” Rien tilt dan met die man twee doodskisten in elke auto. Piet ziet het aan … hij is lang niet op zijn gemak.

Tekst gaat verder onder de foto


Piet Berkvens.

Bij Driek van den Broek in het koren ligt die morgen een zwaargewonde Canadese boordschutter. Hij zal de crash overleven en in 1984 op onderzoek uitgaan. Met de hulp van twee gepensioneerde rechercheurs en radiopresentatrice Anne van Egmond weet hij opnieuw contact te leggen met de familie Van den Broek. Een jaar later komt Douglas Clarke – zo heet de Canadees – opnieuw naar de Peel. Deze keer op uitnodiging van Driek en zijn vrouw, als eregast op hun diamanten bruiloft. Zichtbaar trots vertelt Piet, dat hij hem bij die gelegenheid nog de hand heeft gedrukt. 

Het is oogsttijd en vader Berkvens gaat met zijn zonen rogge maaien. Op de kavel naast Driek van den Broeks perceel wil dat niet vlotten. Ze stuiten er op een vliegtuigstoel, er ligt een officierspet met een ‘Canadian Airforce’-broche erop, wat verderop vinden ze een laars en ten slotte nog een pistool.

Voor Piet is het gecrashte vliegtuig in de verlaten Peel een geweldig speeltoestel. Gewapend met een tang en een schroevendraaier klimt hij er geregeld in. Hij snapt aanvankelijk niet waarom het daarbinnen altijd zo licht is. Veel later, na een les over fosforescentie tijdens zijn technische opleiding weet hij heel goed, dat fosforletters nalichten als er licht op valt. Tijdens zijn frequente bezoeken sloopt hij minstens vijfentwintig klokjes uit de Halifax. Zijn moeder weet dat en ook waar hij die bewaart. Zijn vader, die niet wil dat hij bij het wrak komt, wordt niet geïnformeerd. Helaas gaan Piets kostbaarheden eind oktober allemaal weer verloren. Zijn trofeeën gaan in vlammen op als hun huis met nog zes boerderijen in de buurt in brand wordt geschoten.

Daarvoor, in augustus heeft een onderduiker van de buren hen al de nodige problemen bezorgd. De Duitsers beginnen terug te trekken. Piet: “De commandant van zo’n ordeloze troep vraagt aan mijn vader: ‘Mogen wij hier even rusten?’  ‘Natuurlijk!’, antwoordt vader, ‘Ga maar zitten!’ Amper vijf minuten later is die onderduiker er opeens. De commandant pakt zijn geweer en commandeert: “Aufstehen!” Hij vertrouwt die vent kennelijk niet. Die bleek ook niet te vertrouwen, want een week later stak hij een passerende Duitser neer, omdat hij diens pistool wilde hebben. Om vier uur, wij zitten zoals gewoonlijk aan de koffie, komen er drie overvalwagens het erf op. Enkele Duitsers met doodskoppetten stappen uit en mijn broers Willem en Johan zijn het slachtoffer. “Mitkommen!”, snauwt er één, ze moeten te voet mee naar Meijel. Verderop langs de weg worden ze genadeloos afgeranseld, dat kunnen wij zien. Dan, een harde knal! Moeder zegt: “Och, toch! ... ze worden doodgeschoten.” Maar dat gebeurt gelukkig niet. Eén Duitser moet zo hard geslagen hebben, dat de steel van zijn handgranaat afbrak. Ze worden in Meijel gevangengezet, want die Duitsers moeten ‘een dader’ hebben. Tot geluk van mijn broers leeft de in de rug gestoken Duitser nog. Meteen bij de confrontatie zegt hij: ‘Dat zijn ze niet!’ Anders waren ze zeker doodgeschoten.

Johan, dat ging nog wel, maar Willem die in het klooster zat, was hartstikke van de kaart … hij was de weg kwijt … hij wist niks meer …

Die lelijke onderduiker is na de bevrijding nog in Ommel opgedoken. Hij liep daar met die revolver te zwaaien. Een waardeloze vent, die ons ellende heeft gebracht. Hij moet in Indonesië gesneuveld zijn.“

Tekst gaat verder onder de afbeelding


In juni 1942 presenteert de Canadese leader D.L. Wolfe zijn 419th Squadron aan koning George VI. Op de foto in het midden vooraan de koning, met links van hem het gezicht van Wolfe. De leader zou later komen te overlijden bij de crash in de Peel.

Dan in september. We laten Piet weer aan het woord: “Als wij van Heusden af komen, zien we vier Duitse kanonnen achter het huis verdwijnen. Even later staan die al achter de ligusterhaag aan de kant van Meijel opgesteld. Een Piper verkenningsvliegtuig vliegt enkele rondjes en kort daarna slaan de eerste granaten vanaf Eindhoven al in. Twee Duitsers op ons erf worden dodelijk getroffen en mijn broer Ties, die eieren aan het rapen is, raakt zwaargewond. Een kwartier na die beschietingen is er in de buurt geen Duitser meer te bekennen maar ook Ties is nergens meer te vinden. Die hebben ze meegenomen – maar goed ook, achteraf – want hij was zijn onderbeen kwijt. Het zal weken duren, voordat we weten, waar hij al die tijd is geweest.

Als alle Duitsers weg zijn, nemen de geallieerden ons huis nog steeds met tussenpozen onder vuur, zeker wel tot middernacht. Met z’n tienen zitten wij in de schuilkelder in de hof, amper vijftig meter van het huis. Al raakt er niemand meer gewond, een slechtere nacht heb ik nooit meegemaakt!”

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Ties Berkvens in zijn revalidatieperiode in 1944-1945.

Broer Johan en zus Mien blijven thuis om het vee te verzorgen maar de rest van de familie evacueert enkele dagen later alsnog naar een oom op den Dijk. Daar blijven ze tot ze naar Heusden terug kunnen, al is dat dan nog niet naar hun eigen huis. Op 29 oktober wordt bij de Buizerd namelijk zwaar gevochten met de inzet van veel tanks. Gevechten die de Duitse tegenaanval een zware slag toebrengen. Het opruimen van de vele slachtoffers, van de enorme materiele verwoesting maar zeker ook van de talrijke mijnen, kost tijd. Volgens Piet wordt het gebied daarom pas weer op 1 maart 1945 vrijgegeven. Dan pas kunnen ze naar huis.

Piet beschrijft wat hij onderweg ziet: “Net voorbij de Eeuwselse bossen, ter hoogte van de Achtermijterbaan, lagen de eerste dode varkens in de sloot en ook stonden er kapotgeschoten voertuigen … daar begon voor mij de oorlog! … tot thuis was het niks als dode paarden, varkens en koeien … verderop, tussen ons huis en café Jeuken, daar hadden de Duitsers de weg laten springen … er gaapte nog een groot gat. Al het verkeer moest noodgedwongen door de berm waar ze tankmijnen gelegd hadden. Wel vijftig mannen hebben dat hele terrein meter voor meter met een lange stok af moeten speuren om maar geen mijn te missen.”

Maar nog daarna zal de oorlog de familie Berkvens zijn meest naargeestige staartje presenteren. Op 13 maart 1945 bewerkt broer Tinus met paard en cultivator een stuk land tussen hun huis en café Jeuken. Piet daarover: “Terwijl vader toekijkt, trekt het paard zo’n ding bloot … ‘Stop!’, roept vader nog, die wel ziet dat het mis is … hij is te laat! Ik zit in onze noodwoning in het kippenhok en zie het gebeuren. Tinus was dood. Van het paard hebben we niks meer teruggevonden. Dat ding … dat was een tankmijn.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Tinus Berkvens.

De beelden van de oorlog willen Piet maar niet met rust laten. Hij heeft nog meer verhalen:

Hoe de met zijn paard en kar gevorderde buurman, die de lijken van Duitse soldaten naar Limburg moest brengen, bij Berkvens even op verhaal moest komen.
Hoe hij schrok van de menselijke botten, toen hij het luik van een uitgebrande tank opende. 
Hoe hij zichzelf ooit bijna doodgeschoten heeft?
Wat zijn broer Toon beleefd heeft, toen hij met andere OD-ers het slagveld moest opruimen?
Waarom heeft Toon daar toch nooit over gesproken?
Dat de tientallen fietswrakken, die hij vond bij het bouwrijp maken van zijn perceel aan de Bergweg, alleen maar van Duitse soldaten geweest kunnen zijn. Zij kwamen hier sneuvelen, zegt hij, want later heeft hij ook nog een kaakbot opgegraven.

“Ik slaap er nog ooit niet van… !”, zegt Piet tot besluit.

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Reactivering vliegbasis ‘ongewenste ontwikkeling’ REGIO – De plannen voor reactivering van vliegbasis De Peel leiden ook bij gemeenten tot zorgen. Onder meer Deurne, Asten en Helmond noemen de heropening van de militaire basis een... 20 september 2019 - 10:04
Belevingstheater Lifvik weet te boeien DEURNE – Het was een gewaagd project. Een theatervoorstelling met lokale talenten uit de regio in een loods bij Natuurpoort De Peel. Dat klinkt minder uitdagend dan hoe Lifvik uiteindelijk... 20 september 2019 - 09:06
Man opgepakt voor mishandeling Milheeze MILHEEZE - De politie heeft een 34-jarige Helmonder opgepakt die op 24 augustus een andere man in het gezicht zou hebben geschopt. De verdachte zit vast voor verder onderzoek. De... 16 september 2019 - 15:16
In beeld: World Trade Center in het gemeentehuis DEURNE - De maquette van het World Trade Center van Daan van der Steijn was woensdagavond te zien in het gemeentehuis van Deurne. Tussen 20.00 uur en 21.00 uur kwamen... 13 september 2019 - 15:15
Deurnese celbioloog in race voor prijs DEURNE - Rik van der Kant (35) uit Deurne is een van de drie genomineerden voor een Young Outstanding Researcher Award. De celbioloog dingt mee naar een prijs ter waarde... 13 september 2019 - 14:15
De bevrijding van Someren en Asten De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 13 september 2019 - 13:16