Piet Linders uit Zeilberg.

Mobilisatie: tegenhouden was een onmogelijke opdracht

vrijdag 1 maart 2019 - 13:14|Martien van Rijt

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke anekdotes, die zich afspeelden in Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 8: Tegenhouden was een onmogelijke opdracht.

Ook in Nederland zag men de oorlog wel aankomen, maar de Nederlandse regering hoopte, net als in de Eerste Wereldoorlog, de neutraliteit te kunnen bewaren. Hitler had aangegeven dat hij helemaal niet van zin was om Nederland aan te vallen; de Nederlanders behoorden immers tot het Arische ras … Ondanks die mooipraterij vertrouwde de regering en de legertop de Duitse leider niet en men vond het toch wel tijd worden om een verdedigingslinie aan te leggen. De Peel-Raamstelling werd aangelegd en het ‘defensiekanaal’ herinnert daar nog altijd aan. Ook besloot men het leger en de oud-militairen te mobiliseren en naar de oostgrens van ons land te sturen. Een week voor de Duitse inval in Polen, op donderdag 24 augustus 1939, begon het Nederlandse leger met de voormobilisatie. Die was bedoeld om de grote mobilisatiestroom die enige dagen later op gang zou komen, op te vangen. Zo’n 200.000 mannen bereikten op 29 augustus hun voorlopige bestemming, voor ze definitief 'ergens in Nederland' werden gelegerd.  

Vijftien lichtingen dienstplichtige soldaten van 1924 tot 1938 zochten hun weg naar het inkwartierings-adres en zestig goederentreinen vervoerden 14.000 gevorderde paarden uit heel Nederland. Onderofficieren en officieren betrokken huizen, infanteriesoldaten maakten zich op voor de nacht in een school of fabriekshal. Cavalerie werd zoveel mogelijk in boerderijen geplaatst, waar ruiter en paard slechts door de vloer van de hooizolder van elkaar werden gescheiden.  

Een van die cavaleristen was Piet Linders uit Zeilberg. Piet had zijn dienstplicht doorlopen in Breda. In maart 1939 was hij afgezwaaid, maar in september van datzelfde jaar werd hij opgeroepen voor de mobilisatie.  

Voor de angstige soldaten was het acht maanden wachten op wat er zou gebeuren en toen vielen de Duitsers binnen. De Nederlandse soldaten maakten geen enkele kans en van het tegenhouden van de vijand kwam helemaal niets terecht. Ze moesten vluchten voor hun leven, want het Duitse leger was oppermachtig! 

Dankzij een interview dat de Werkgroep Dodenherdenking Zeilberg eind 2014 afnam met Piet, weten we hoe de angstige vlucht er voor de gemobiliseerde soldaten uit heeft gezien. Hier volgt het persoonlijke relaas van cavalerist Piet Linders uit Zeilberg. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Maanden wachten op wat te wachten stond. Zittend, tweede van links: Piet Linders.

Piet Linders was gestationeerd in Boekel. In de ochtend van 10 mei 1940 was hij al vroeg in opperste paraatheid. Met opgetuigd paard en bepakt en bezakt, wist hij dat het nu echt menens zou worden. Het was niet donker die ochtend en dat was niet zoals het hoorde. ‘Het was zo licht dat je een dubbeltje zag liggen op de grond’, aldus Piet. Lichtkogels verlichtten het Boekelse landschap. De infanterie lag plat op de grond om in het oorlogslicht nog enigszins onzichtbaar te zijn. De vijand rukte snel op en Piet moest, net als de andere gemobiliseerde soldaten, eigenlijk al direct op de vlucht. Het kanon en de munitie werden achtergelaten. “We togen richting Veghel en zijn daar langs het kanaal op gereden.”

Maar het oprukken van de Duitsers ging in steeds hoger tempo. De vluchtende militairen togen richting Breda. Piet: “Rijdend op mijn paard zag ik voor me plotseling mensen die over de weg liepen, in de berm sprongen en een schuilplaats in de sloot zochten. Voor me zag ik niets wat daar aanleiding toe gaf, maar toen ik omkeek, zag ik drie vliegtuigen op me af komen. Ik sprong van mijn paard en dook snel de sloot in. Gelukkig had ik voor de goede kant van de weg gekozen, want drie vliegtuigen kwamen in duikvlucht aanvliegen en schoten met mitrailleurvuur op alles wat er in de berm of in de sloot lag. Als horzels draaiden de vliegtuigen om en kwamen terug om hetzelfde nog een keer te doen. Dat gebeurde vervolgens nog een keer, maar gelukkig voor mij gebeurde het elke keer aan dezelfde kant van de weg. Ik weet zeker dat niemand die aan de andere kant van de weg een heenkomen had gezocht, deze tweede aanval overleefd heeft. Aan mijn kant van de weg kwamen de mensen uit de sloot en waagden zich weer op weg.” 

Piet was zijn paard kwijt, natuurlijk, maar liftend op wagens en op een fiets ging het verder richting Breda. Eenmaal in Tilburg maakte hij opnieuw een angstaanjagende belevenis mee. Duitse vliegtuigen kwamen aanvliegen en de stad werd gebombardeerd. Piet wist  nog net op tijd bij een boer onder een kar te komen om te schuilen tegen het geweld dat van boven kwam. “Ik vergeet het nooit meer!” 

Toen de vliegtuigen weg waren, hoorde Piet plotseling een bekende stem. “Het bleek mijn maat, Jan Stevens, te zijn! Ik dacht dat hij het leven had gelaten eerder al tijdens de vlucht naar het westen, maar we vonden elkaar weer.” 

Samen ging het verder richting de kust en ze kwamen aan in Vlissingen. Piet moest wachtlopen voor het station. Er bleken namelijk Duitse soldaten gedropt te zijn en ze hingen als pastoor, als non of als burgers aan hun parachutes. Zo konden ze ongemerkt de steden in om gegevens door te sturen naar de aanstormende Duitse troepenmacht. Piet moest uitkijken naar deze spionnen. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Cavalerist Piet Linders uit Zeilberg.

Duitsers naderden snel
Maar het ging verder; het einddoel was immers nog niet bereikt. Bij een boer kregen ze iets te eten en dat was nodig ook! Onderweg hadden ze niet veel binnengekregen. “Ik herinner me nog dat ik bij een boer aan de deur stond en dat ik van hem een pannetje soep kreeg. Even later kwam er een kapelaan die ons de ‘Absolutie’ gaf, ter voorbereiding op wat ons te wachten stond ... De kans dat we dit zouden overleven, was namelijk niet groot, zo schatte men in. En ook wij hadden weinig vertrouwen in een goede afloop … De Duitsers naderden zo snel dat het steeds onmogelijker leek om tijdig de kust te bereiken om van daar richting Spanje te komen. Dat was ons plan: via Spanje naar Engeland, om dan met het Engelse leger mee te vechten.” 

Ze moesten daarvoor wel de Schelde oversteken en opnieuw volgden bombardementen. “Ik pakte de hand vast van een lotgenoot en we doken samen op de grond. Het opspattende zand dat door de gevallen bommen werd opgeworpen, kregen we over ons heen en in koor riepen we om ons moeder. Later heb ik nog wel eens gedacht: Wat zal dat in die dagen vaak geroepen zijn!” 

Op dat moment konden ze de Schelde niet oversteken, maar de dag erna werd een nieuwe poging ondernomen. Met vissersbootjes moesten ze de oversteek wagen, want de veerboot voer niet. Met zo’n twintig personen tegelijk werden ze overgezet en gedurende die oversteek werden er veel schietgebedjes gebeden! Ze waren net aan het varen, toen er weer vliegtuigen kwamen. Vanaf Franse oorlogsschepen die inmiddels voor de Zeeuwse kust lagen, werden die vliegtuigen beschoten en verjaagd.  

Aan de andere kant in Breskens aangekomen, trokken ze richting België. Met allerlei soorten vervoer – fietsen lagen er overal genoeg – trokken ze verder, richting Duinkerken. “Eenmaal in Duinkerken werden we opgevangen in een grote zaal, waar we wat te eten kregen. Toen hoorde ik plotseling iemand zeggen: “Hé verrek …, daor zit nog unnen Deurnese!”, en een soldaat keek mij aan. Later ontdekte ik dat dat er eentje was die op de Langstraat woonde.” 

In Duinkerken moest de wachtmeester weer even weg en hij had hun gevraagd op hem te wachten. Even later kwam er een kapitein die vertelde dat ze moesten vertrekken richting Calais. Na de uitleg gehoord te hebben, trok de kapitein verder. “Gelukkig dat we toen even zijn blijven wachten”, aldus Piet, “Die kapitein heeft het met een heleboel anderen niet lang meer gemaakt. De boot waarop zij zich hadden ingescheept, werd de volgende nacht gebombardeerd en tot zinken gebracht. Ik had alweer geluk gehad …” 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Piet op wacht, zoals hij ook stond bij de brug in Vlissingen.

Nadat Calais was bereikt, ging het richting Boulogne. “Ik weet niet precies hoelang het geduurd heeft voordat we daar aankwamen, maar snel ging het niet. Het was een moeilijk begaanbare weg en we deden alles per fiets.” 

In hun ijver om zo snel mogelijk vooruit te gaan, dachten ze dat ze de Duitsers steeds voor waren gebleven. Maar wat bleek …, de Duitsers waren al veel verder België binnengedrongen en Piet en zijn kompanen liepen ze zo in de armen.  

Voor de kust lagen de Engelse schepen en op het vasteland de Duitsers en daar was het echt oorlog: er werden flink wat granaten op elkaar afgevuurd. “En wij zaten daar precies tussenin! We waren dolblij dat we een kazerne vonden, en met zo’n vierhonderd mannen zijn we daar de schuilkelders in gedoken.”  

Ze moesten daar twee lange dagen en twee lange nachten doorbrengen, zonder eten en zonder drinken. Ze dachten dat zij het doelwit waren, maar de Duitsers wisten dat de soldaten in de schuilkelder zaten. Ze wisten ook dat de Nederlandse militairen amper bewapend waren en maakten zich over hen niet druk. Bovendien was Nederland inmiddels gecapituleerd en dat wisten de mannen in de schuilkelder niet.  

“Er werden wat rozenhoedjes gebeden in die kelder! We hadden echt het idee dat ons leven hier zou eindigen. Er zouden ongetwijfeld Duitsers klaar staan bij de deur om ons ter plekke om te brengen … zo was de algemene teneur. Enkele mannen waren zo dapper om gedurende de beschietingen de schuilkelder te verlaten en ze hadden aan de kust een ton wijn weten te bemachtigen. Die hadden ze mee teruggenomen naar de schuilkelder. We deden allemaal een beetje wijn in onze veldfles om nog iets te drinken te hebben.”  

Toen werd het vrijdagmorgen. Enkele jongens hadden zich buiten gewaagd en ze kwamen hals over kop weer de kelder in gerend. Ze hadden de Duitsers gezien … ‘Ze komen eraan!’, riepen ze bang en even later werd de mannen gesommeerd naar buiten te komen. De deur ging open en een voor een kwamen ze naar buiten. “Daar stond een Duitse soldaat met een grote mitrailleur en we dachten: Zie je wel …, dit was het dan!, maar hij deed niets. We moesten onze wapens inleveren en daarna doorlopen naar de poort. Daar stond een Duitse soldaat sigaretten uit te delen en we kregen ieder een rokertje. Daarmee eindigde het angstige gevoel dat zich van ons meester had gemaakt. Plotseling hadden we weer vertrouwen in het leven!” 

De honderden ontwapende soldaten moesten weg marcheren en werden naar een weiland gestuurd. Daar konden ze zich wat wassen en wat drinken. Er stonden waterbollen voor het vee, maar die waren op dat moment even voor hen. “Het water was zo helder als de zon …!” 

Ze moesten zich opstellen, werden geteld en ze vertrokken weer marcherend. Piet: “Ik liep achteraan in de groep en van een Duitse soldaat kreeg ik een stuk kuch. Zo had ik ook wat te eten. Maar het lopen bleef maar duren en duren. Ik was op een gegeven moment aan het einde van mijn latijn. Ik zei: ‘Ik stop ermee, ik houd ermee op! Ik kan niet meer!’ en ben op de grond gaan zitten. Piet van Gogh, van Tuinlust, zag mij zitten en hij trok me overeind. Samen met een andere soldaat ondersteunde hij me: ‘We hoeven nog maar een paar kilometer, Piet, kom op!’ Op het moment dat ik opstond, zag ik een lege Duitse dieplader aan komen rijden en ik zag dat er wat mensen op lagen. De chauffeur moest voor onze neus even op de rem en net voordat hij weer optrok, kon ik me ook op de dieplader gooien. Daarmee was ik met mijn kont in de boter gevallen, want de Duitse soldaten die op die dieplader reden, hadden natuurlijk eten en drinken genoeg en dat werd met ons gedeeld.” 

’s Nachts reden de Duitsers niet vanwege de vliegtuigen. Ze stopten bij een boerderij en de chauffeur zei: ‘Morgenvroeg om vijf uur vertrekken we weer. Als je er niet bent, dan zijn we weg.’ Piet: “Ik dacht: Dat zal mij niet overkomen, en ik ben in het hooi, vast tegen die Duitser aan gaan liggen …!” 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Op de haastige vlucht voor de snel oprukkende vijand werden kanonnen als deze achtergelaten.

De volgende dag ging het verder. Ze gingen richting België, dus richting huis. In Boulogne stopte de chauffeur en zei dat hij niet verder zou gaan. De goede man werd hartelijk bedankt en alsof het zo moest zijn, kwam er op dat moment een Limburger uit een café gewandeld. Hij had wel gezien dat het Nederlandse soldaten waren en ze konden met hem mee naar Nederland. Piet: “Ik wilde de kilometerteller wel vooruit kijken, want het zou me nooit te hard gaan. We gingen immers op huis aan. Uiteindelijk bracht de man ons naar Sittard. We waren bijna thuis!” 

Vanuit Sittard wilden ze met de trein richting Deurne, maar er reden helemaal geen treinen. Er stonden wel bussen en omdat ze nog altijd in uniform waren, konden ze met de bus mee. Door de Limburgers werden ze helemaal uitgevraagd. Men wilde weten wat ze meegemaakt hadden. Onderweg zijn ze nog een keer overgestapt en zo kwamen ze in Venlo terecht. Ook daar reden geen treinen. Piet zei tegen Piet Hikspoors uit Liessel: “We lopen even de stad in, je weet nooit wie we tegenkomen.” Maar ze kwamen niet ver, ze hadden veel bekijks. Men raadde aan om naar het politiebureau te gaan en ook daar werd hun het hemd van het lijf gevraagd. Men wilden weten of er veel slachtoffers gevallen waren en hoe ze de Duitsers voor hadden kunnen blijven. Toen bleek dat een van de agenten in Den Bosch woonde, was vervoer naar Brabant plotseling dichtbij!  

Ze werden meegenomen door de agent die daar bij de Duitsers wel een vergunning voor aan moest vragen. Ze moesten immers de Maas oversteken.  

“We hebben de goeie man de weg gewezen via Meijel naar Liessel. Daar stapte Pietje Hikspoors uit. Bij de Liesselse overweg aangekomen waren de bomen dicht. Ik wees de agent op ons huis aan de Hagelkruisweg en hij zette me voor de deur af! Hij was weg voordat ik hem kon bedanken en dat heb ik altijd jammer gevonden.” 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Dienstmaten vormden een vriendengroep.

Piet kwam thuis op de 28e mei, op de verjaardag van zus Maria. In een dag tijd had hij de hele reis afgelegd. “Niet te geloven … Je zou het zelfs niet zo strak kunnen plannen, als je dat zou willen …!”, blikt Piet terug.   

Piet was totaal uitgeput en hij zei: “Morgenvroeg niemand binnen laten, want ik wil lang uitslapen.” Maar al vroeg in de ochtend was huize Linders binnen de kortste keren gevuld met volk. Het nieuwtje had zich razendsnel verspreid in Zeilberg en  Deurne en velen wilden weten of Piet iets wist van anderen die vanaf de oostgrens naar het westen hadden moeten rennen, om zo uit handen te blijven van de Duitsers.  

Gedurende de spannende dagen vanaf Boekel naar Duinkerken en van daaruit weer naar Deurne heeft Piet helemaal geen contact gehad met thuis. Zijn broer Harry is nog wel in Tilburg gaan zoeken naar Piet, maar hij heeft hem daar niet gevonden. “Als ik geweten had hoe het zou gaan lopen, dan was ik met mijn paard naar huis gereden. Dan had ik er nog een paard aan overgehouden ook!”  

Een week voor het uitbreken van de oorlog was Piet nog naar Vlierden kermis geweest. Hij was nog één nacht thuis geweest voordat hij naar Boekel moest, waar hem het angstaanjagende avontuur wachtte. Piet: “Mijn moeder zei toen ik ging: ‘Kijk maar uit, want het lijkt nou echt fout te gaan!’” 

Dat was het laatste contact met thuis, totdat hij op de 28e mei plotseling weer voor de deur aan de Hagelkruisweg stond. 

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Kioskconcert Timeless is al geweest DEURNE - Het concert met zanggroep Timeless zoals aangekondigd in de papieren editie van het Weekblad voor Deurne is voorbij. In de rubriek Evenementen op pagina 31 van het Weekblad... 24 mei 2019 - 10:29
Drie dagen feest in Neerkant NEERKANT – “De uitstraling van het dorp is enorm verbeterd. Het is best bijzonder wat we hier zelf voor elkaar gekregen hebben. Dat is een reden om feest te vieren... 24 mei 2019 - 09:44
Finalisten Deurne’s Got Talent bekend DEURNE - Na een spannende voorronde zijn de finalisten van de talentjacht Deurne’s Got Talent 2019 bekend. Yfke van Rooij, Tren Pouwels, Nynthe Vissers & Juul van Rijssel, Luna Sabella... 20 mei 2019 - 16:48
ZSV verslaat Chevremont ook in Kerkrade ZEILBERG - In Zeilberg was ZSV al met 2-1 te sterk voor Chevremont en ook in Kerkrade wonnen de geelzwarten met dezelfde uitslag. Omdat ook EHC wist te winnen, bedraagt... 20 mei 2019 - 09:04
Wat te doen dit weekend in Deurne DEURNE – Nog niets gepland dit weekend? In Deurne is er van alles te doen, zoals toneelvoorstellingen, concerten, muzikale avonden, etcetera. Theatergroep Neerkant speelt vanavond 17 mei, zaterdag 18 en... 17 mei 2019 - 17:32
Roadshow Clubkascampagne gaat van start DEURNE – Rabobank Peelland Zuid verdeelt 275.000 euro onder 480 verenigingen, die deelnamen aan de twaalfde editie van de Clubkas Campagne. Tijdens een feestelijke Roadshow door de dorpen worden de... 17 mei 2019 - 10:41