Erik van Lieshout op zijn 'Heinekenbank'.

Kunstenaar Erik van Lieshout: Wat heb ik nou weer gedaan, vreselijk!

vrijdag 27 juli 2018 - 08:16|Jolein van der Ven

DEURNE/ROTTERDAM - De in Deurne geboren kunstenaar Erik van Lieshout won dit jaar de prestigieuze Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Kunst. Daarmee exposeert hij nu met zijn vijftien voorgangers in het ‘supersaaie’ Van Abbemuseum in Eindhoven. Met Weekblad voor Deurne sprak hij over succes, schaamte en het ‘kutdorp’ Deurne.

“Ik zal rustig doen”, belooft Van Lieshout wanneer ik hem vertel dat ik ons gesprek ga opnemen na waarschuwingen voor zijn drukke manier van praten. En inderdaad, met een kop thee in zijn hand aan zijn eigen keukentafel in Rotterdam-Noord, neemt hij rustig mijn vragen in zich op. In zijn ruime, lichte woning staat naast deze tafel een ‘Heinekenbank’ (de set voor zijn nieuwste film), een grote boekenkast en een camera. Weinig doet vermoeden dat hier iemand woont die de drukte in zijn hoofd en de wereld vertaalt naar gewaagde, provocerende kunst.

'Toen ik 19 was, besloot ik om niet de politiek in te gaan'

Tien keer zo links als de SP
“Ik werk eigenlijk met allerlei thema’s, maar terugkerend is politiek. Daar ben ik ook mee opgegroeid, mijn ouders waren politiek activistisch. Het ging altijd om ongelijkheid, om de een krijgt meer dan de ander, of waarom mensen in arme landen arm zijn en in rijke landen rijk. Als je dat met de paplepel krijgt ingegoten, dan heeft dat effect op je. Ik ben een kunstenaar die zich met de wereld bemoeit.” 
Zelf is hij niet politiek actief, al twijfelt hij daar nog steeds soms over. “Ik was er vroeger heel erg mee bezig, vooral met actievoeren. Dat begon met kruisraketten en daarna ben ik andere acties gaan doen. Maar ik voelde me daar net niet helemaal bij thuis, dat waren hele linkse types. Super links, tien keer zo links als de SP. Ik voelde me daar niet thuis en snapte het ook niet, was te ‘dom’ daarvoor. Toen ik 19 was, besloot ik om niet de politiek in te gaan. Maar nog steeds denk ik er veel over na, vaak denk ik: hier moeten we iets aan doen.” 
Zo ook met het detentiecentrum in Rotterdam, een ‘rotte plek’ in een verder mooie en hippe stad. “Daar werden alle illegale vluchtelingen in gestopt. Liepen ze bijvoorbeeld door een rood stoplicht, en bleek na ondervraging dat ze illegaal waren, dan werden ze in dat detentiecentrum gezet. Na achttien maanden werden ze weer terug naar hun geboorteland gestuurd of ze werden hier geklinkerd, op straat gezet. Echt een gevangenis voor vluchtelingen dus, dat vond ik echt te ver gaan. Dus toen heb ik me daarmee bemoeid.” 
Het centrum werd inderdaad gesloten, maar niet per se wegens zijn bemoeienis. “Dat kwam vooral door de zaak van Dolmatov.” Hij praat over de Russische politiek activist als over een verloren vriend. In die zaak werden veel fouten gemaakt, waardoor hij op de lijst stond om terug naar Rusland te worden gestuurd. Toen hij dat hoorde, pleegde hij zelfmoord. De Pauluskerk vroeg Van Lieshout om een monument te maken voor de Rus, “dus mijn vrouw en ik ernaartoe. Ze wilden graag een verrijdbaar monument dat ze dan op hun bijeenkomsten konden zetten. Zij zagen voor zich dat ik Dolmatov ging boetseren ofzo, of een roos met prikkeldraad eromheen. Maar zo’n kunstenaar ben ik helemaal niet. Dus ik maakte een filmpje over vluchtelingen, over activisten die met hem in aanraking waren gekomen. Ben met ze naar die acties geweest. Dus eigenlijk is dat filmpje het monument. En zo kom ik dan weer een beetje in de politiek terecht.” 

'Deurne is een donkere vlek, een moeras'

Haat-liefde voor Deurne
Tot zijn negentiende woonde de kunstenaar in Deurne. Wanneer ik daarnaar vraag, zegt hij dat hij zich op die vraag al had voorbereid en begint voorzichtig met “het is een beetje haat-liefde”. Wanneer ik zeg dat hij gewoon mag zeggen wat hij vindt, noemt hij het meteen een kutdorp. “Ik vind Deurne eigenlijk verschrikkelijk en ik vind het ook heel leuk. Dat heb ik ook altijd zo gevonden.” Hij vertelt over leuke dorpsgenoten, “maar het is echt een ongelooflijk kutdorp. En dan vooral als je tiener bent, die boeren die slaan je in elkaar! Mijn ouders hadden een klein clubje vrienden om zich heen, heel leuk, en al die natuur is supermooi natuurlijk, maar eigenlijk is het een hel. Deurne is een verschrikking. Die boeren slaan je met een klomp op je kop. Omdat je anders bent.” 
Rond zijn negentiende ontdekte Van Lieshout hoe hij niet in de politiek paste. Tegelijkertijd ontdekte hij hoe goed hij kon tekenen en hoe leuk hij dat vond. “Ik was altijd al kunstenaar, alleen mijn ouders zagen dat niet. Ik had van die linkse ouders die alleen maar met zichzelf bezig waren. Uit elke test kwam altijd ‘kunstenaar’.” Inmiddels woont hij al decennialang in Rotterdam, niet van plan ooit nog terug te gaan naar ‘het moeras’. “Deurne is een donkere vlek, een moeras. De mensen zijn heel gevoelig, op een positieve manier. Brabant is dan ook een heel goeie kweekvijver voor kunstenaars: het is allemaal heel katholiek, heel beeldend. Heel erg met goed en kwaad. Dat zijn allemaal ingrediënten die geweldig zijn voor de kunst. Je wordt er heel fantasierijk van, gefrustreerd, dat is heel goed.”

Willen verdwijnen
Voor de film die nu in het Van Abbe speelt, verbleef de kunstenaar vier maanden op een eiland in een poging te verdwijnen. “Het lastige van video is dat je steeds met je eigen kop in beeld komt. Je wil ook eens uit die films verdwijnen, iets of iemand anders filmen. Een keer heb ik een acteur genomen die mij speelde, maar dit keer wilde ik echt uit het project verdwijnen. Daarvoor koos ik de moeilijkste plek: een eiland, waar ik alleen mezelf had – plus die jongen die me hielp. Toen heb ik geprobeerd toch dat idee van verdwijnen te houden. Dat kan op allerlei manieren.” Hij staat op en gaat voor een witte pilaar staan. “Kijk, als ik me nu helemaal wit schilder, ben ik verdwenen. Op dat eiland had ik op een gegeven moment echt het gevoel: nu ben ik weg. Toen heb ik meteen mijn vrouw opgebeld: ‘Waah! Ik ben verdwenen!’ Het voelde heel eenzaam. Als je voelt dat je verdwenen bent, is dat heel triest en heel verdrietig.” 

‘Ik hou van mensen die het moeilijk hebben’

De zere plek
‘Triest en verdrietig’ gaat Van Lieshout nooit uit de weg, bij zichzelf noch bij anderen. “Ik hou van de zere plek, op een positieve en negatieve manier. Ik ga altijd zitten vissen, zitten hengelen, ja dat doe ik. Kunst zit in de moeilijke hoek, dat is het leukst. Als je de hele tijd tussen mensen zit die het moeilijk hebben, dan wordt je werk daar beter van. Die mensen zoek ik ook op. Als je niks doet, gebeurt er ook niks; ik zal toch iets moeten veroorzaken.”
“Ik zoek steeds naar verschillende dingen, maar uiteindelijk zoek ik altijd naar iets van de waarheid, iets speciaals, iets bijzonders. Die waarheid kan heel stom zijn, en het vinden duurt soms heel lang, maar op een gegeven moment vind je het en dan plop, is het af! Hoe langer je in het onderwerp zit, hoe moeizamer je er steeds weer uitkomt. Het is hartstikke moeilijk om iedere keer weer dat moment te veroorzaken waarop het weer gebeurt. En daarvoor moet je enorm gefocust zijn. Je kunt niet gaan lopen ouwehoeren met je vrienden: zodra die focus begint, is het afgelopen. Kinderen zijn er niet van gekomen en dat is volgens mij maar goed ook, want ik kan me nu focussen.” 

Ego
“Ik heb een gigantisch groot ego, echt mega. Dat komt omdat ik als kind eenzaam en anders was. Ik wilde gezien worden. En als je dan iets heel groots bouwt, of iets heel goeds doet, dan zien mensen ‘Kijk! Hij heeft de carnavalsoptocht gewonnen!’, bijvoorbeeld. En met dat bouwen ontstaat er dan een enorm fort, en dat is dan ego. Eigenlijk is dat een nep-fort, want die is ervoor bedoeld dat ik niet eenzaam ben.” 
Zijn erkenning en succes als kunstenaar voedden dit ego, maar zorgden tegelijkertijd voor schaamte. “Ik kijk nog steeds met trots naar mijn carrière, maar ik schaam me voor alles joh. Als ik dingen terugkijk, denk ik ‘wat heb ik nou weer gedaan, vreselijk!’ Ik zit er altijd heel erg in, in het onderwerp. Maar dan zie je het een jaar later weer en dan denk je ‘ahhh!’ Ik schaam me rot, de hele tijd. Maar om die schaamte te zien, is ook altijd wel leuk. Het laat zien dat je groeit.” Wanneer iets dan wel goed is, vindt hij moeilijk te zeggen: “Vaak vind ik het goed als het verkocht is.” 

Heineken
De prestigieuze Heinekenprijs ontving hij in maart dit jaar. ‘Ondanks dat en ook daardoor’ is hij nu bezig met een film over de veelbesproken animeermeisjes van het biermerk in Tanzania. “Een soort bedekte prostitutie. Dat is Afrika. Dat is natuurlijk niet goed! En nu is dat uitgekomen dat ze dat al vijftien jaar weten en er niks aan veranderen. Die meisjes zijn er nog steeds, en Heineken doet daar niks aan. Ze denken binnen Heineken zelf dat het over moet waaien.” 
De prijs bracht hem op het idee om Heineken te gaan onderzoeken. “Heineken krijgt geld van de Bill Gates Foundation om medicijnen uit te delen op die bier-trucks. Maar nu ze erachter gekomen zijn van die meisjes, heeft de Bill Gates Foundation gezegd ‘dat gaan we niet doen’. Zodoende kwam ik erop om daar medicijnen uit te gaan delen. Maar daar maak je geen goed kunstwerk mee, zo’n apotheek.” Voor deze apotheek gebruikt hij het geld dat hij met de prijs won. “Dat gebied is bijna een soort vuilnisbelt. Maar nu is het geld wéér op bij hun, pff!” Hij is bezig met een film over het hele proces, wijst naar zijn ‘Heinekenbank’ in de woonkamer, erboven een grote ster. Vervolgens laat hij een foto zien van de apotheek in haar huidige staat met daarboven de bekende ster. “Daar ga ik geen problemen mee krijgen, nee joh! Ik ben een clown!” Dan rustiger: “Ik ben een clown. Mij nemen ze niet serieus.” 

‘Het is niet verkeerd dat ‘t Van Abbe er is, er mag ook best een saai museum zijn’

Van Abbe
De expositie in het Van Abbemuseum toont nu zijn prijswinnende film samen met het werk van de vijftien voorgaande winnaars. Daar is hij blij mee, al is hij over het museum zelf niet echt te spreken. “Ieder museum heeft eigenlijk zijn eigen ding. Het Van Abbemuseum is eigenlijk een supersaai museum, heel droog. Nu hebben ze dus gekozen om een tentoonstelling samen te stellen van de winnaars van deze prijs en daarom zijn er heel veel verschillende kunstenaars in één tentoonstelling, ’t Is een zooitje! Goed, het is niet verkeerd dat Van Abbe er is, er mag ook best een saai museum in Nederland zijn.” 
De expositie ’30 jaar Heinekenprijs’ is tot 30 september te zien in het Eindhovense museum.

Gerelateerde nieuwsberichten

Trijntje Oosterhuis op Royal Music Night DEURNE – Ook dit jaar is de Oranjevereniging er weer in geslaagd om twee topartiesten naar Deurne te halen voor The Royal Music Night op vrijdag 26 april: Trijntje Oosterhuis... 26 januari 2019 - 11:31
Lezingenreeks Helenaveen van Toen HELENAVEEN – Ook in 2019 wordt in Helenaveen de historische lezingenreeks voortgezet. In de eerstvolgende aflevering op maandag 28 januari vertelt Joop Hendrix uit Helmond over vliegtuigcrashes in de Peel... 25 januari 2019 - 09:13
Mooiste Modernisten in De Wieger DEURNE - Van 20 januari tot en met 5 mei 2019 is op de bovenverdieping van Museum De Wieger een selectie uit de eigen collectie van het museum te zien... 17 januari 2019 - 10:54
Debuutsingle Natasja Poels in stijl gepresenteerd DEURNE – Trots op Jou. Zo heet de debuutsingle van de Deurnese zangeres Natasja Poels. De single werd gisteren gepresenteerd in de zaak van haar zus Ramona in Deurne: Koonings... 7 december 2018 - 08:41
Kunstenaars pakken extra uit in themajaar DEURNE/ASTEN - Kunstenaars die zijn aangesloten bij Stichting Open Atelier Dagen Deurne-Asten gaan komend jaar naast het reguliere evenement hun atelier vaker openstellen. Dit in het kader van het themajaar... 6 december 2018 - 11:54
A Christmas Carol in Neerkant NEERKANT - Jeugdtheater Neerkant speelt vrijdag 7 en zaterdag 8 december de kerstvoorstelling A Christmas Carol. Dit is het klassieke kerstverhaal van Charles Dickens, maar dan in een moderne bewerking... 6 december 2018 - 11:45