De familie Van Rijt met Miki Rinat.

Vrienden voor het leven

donderdag 16 mei 2019 - 17:02|Hans van Toer

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke herinneringen uit de omgeving Asten, Someren en Deurne. Vandaag aflevering 19: Vrienden voor het leven. 

De Joodse Miki Rinat verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog in Zeilberg, en ontmoette daar onder andere de Britse militair Bob Greggs. Een verhaal over hun herinneringen aan oorlogstijd.

Miki Rinat was vier jaar, toen ze bij de familie Sjef en Nel Janssen in de Zeilberg werd ondergebracht om te schuilen tegen de Duitsers die jacht maakten op Joodse mensen.  

Haar familie was aan dit adres gekomen via tante Vera, een zus van haar moeder, en haar echtgenoot Wim. Zij zaten in het verzet en ome Wim was geen Jood.

Haar zus Judith en broer Danny waren elders in Nederland ondergedoken. Judith in het Friese Buren bij de familie Ruwersma en Danny bij de familie Huurdeman te Heerlen. Miki (haar schuilnaam was Mientje Leenders) is de gehele oorlogstijd bij de familie Janssen geweest.

Toen ze pas in de Zeilberg was, zag ze voor het eerst Duitse soldaten waar ze eigenlijk om moest lachen omdat die zo’n rare ‘hoed’ op hadden. Ze werd meteen door haar onderduikouders gewaarschuwd om dit niet te doen en deze mensen te mijden, zonder zelf goed te beseffen waarom! Ze was immers nog maar vier jaar oud.   

Ze merkte wel dat deze mensen (soldaten) anders waren dan de mensen bij wie ze in huis was. En dat in de gebieden waar ze met velen aanwezig waren dingen gebeurden die niet goed waren, zonder precies te beseffen wat.  

Tekst gaat verder onder de afbeelding    


Het huis van de familie Jansen waar Miki ondergedoken zat.

Van het woord ‘onderduikers’ had ze nog nooit van gehoord, maar ondanks haar jonge leeftijd besefte ze wel dat de mensen bij wie ze onderdook niet haar ouders of familie waren. “Maar”, zegt Miki in een eerder interview met de Werkgroep Dodenherdenking Zeilberg, “deze mensen waren zo lief en goed voor mij en heel slim in het troosten en geruststellen.” Zo hadden ze bijvoorbeeld een nep-telefoon in elkaar geknutseld en tegen Miki gezegd dat haar papa en mama aan de andere kant van de lijn hingen, maar dat ze, omdat ze heel erg ziek aan hun keel waren, niet terug konden praten. Ze mocht wel elke dag even met haar mama en papa bellen. Dus belde Miki elke ochtend door de nep- telefoon met haar ouders. Miki vertelde hen dan dat alles goed ging en dat was genoeg voor haar om gerust te zijn. Vervolgens ging ze onbezorgd met de kindjes van de Zeilberg buiten spelen.

In het dorp woonde ook de familie Van Rijt, met onder andere een dochter genaamd Gonnie. Met haar heeft Miki veel leuke dingen gedaan. Ze vertelt: “Wat ik me nog heel goed kan herinneren, is dat ze leuke kleertjes voor me maakte waaronder ook verkleedkleren. Grappig was dat zij zich dan als bruid verkleedde en ik als klein bruidje. Ook ondernam ze fietstochten met mij. Ik herinner me ook dat ik, ondanks het gevaar, toch nog in de tuin van hun huis aan de Kulert kon spelen, ook met de andere zussen van Gonnie.”

Op een dag merkte ze dat er opwinding was in het dorp en plotseling stonden er Britse soldaten bij de familie Janssen in de tuin. Die gaven haar snoep en lekkers en hoewel ze toen nog maar vijf jaar was, was ze zich bewust van een grote verandering in haar leven: ze was bevrijd!

Wat later sliepen er Britse soldaten bij Gonnie thuis, met onder hen Bob Greggs. Met deze en nog een aantal andere Britten staat ze op een foto, die haar zeer dierbaar is. Zo heeft de afbeelding nog steeds een speciaal plekje in haar huis in Israël.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Bob Greggs in 1944.

Bob Greggs
Bob Greggs was in het kielzog van het regiment Mommountsshire en de Royal tanks, die de Zeilberg en Deurne bevrijdden, op 24 september 1944 in de Zeilberg gearriveerd en diende bij de Britse Royal Artillerie. Bob was 19 jaar en had zich in 1942 als vrijwilliger opgegeven. Hij moest bij zijn aanmelding een beetje liegen over zijn leeftijd om dienst te mogen doen.

Zijn broer Tom zat bij de Royal Air Force (RAF) maar was in krijgsgevangenschap geraakt nadat hij op 9 juli 1942 bij de Egyptische grens was gecrasht, na het bombarderen van de Libische stad Tobruk. In 1945 zou zijn broer na drie jaar krijgsgevangenschap weer vrijkomen.

Nadat Bob was gearriveerd in de Zeilberg, werden hij en zijn maten ondergebracht bij de familie Van Rijt aan de Kulertseweg 19, toen bekend onder het adres Z 30.

Tegenover de familie Van Rijt was een opslagdepot gemaakt voor de geallieerde troepen. Daar stonden vaten met brandstof, munitie en ander oorlogsmateriaal wat door onder andere Bob naar het front moest worden gebracht. Dat front lag toen rondom Nijmegen. Geen ongevaarlijk klusje, want zo’n colonne reed altijd ‘s nachts in het donker. Vanwege het risico op bombardementen werd de straatverlichting tijdens de oorlog gedoofd, en de legervoertuigen moesten uit angst voor beschietingen van de vijand zonder ontstoken koplampen rijden. Alleen aan de achterzijde van alle voertuigen brandde een klein streepje licht en daarop moesten de chauffeurs zich concentreren.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Bob Greggs bij een gesneuvelde kameraad in 2010. 

Toen Bob in 2010 in de Zeilberg op bezoek was, vertelde hij dat hij eigenlijk niet wist waar hij zich toentertijd bevond en ook geen idee had waar hij ‘s nachts naartoe werd gebracht. Dat was allemaal geheim en het enige waar Bob zich op dat moment aan kon vastklampen, was dat flauwe streepje licht van zijn voorganger.

Al snel maakten Bob en zijn maten kennis met de familie Van Rijt. Deze mensen waren zeer gastvrij en zorgden goed voor de Britten. Het viel Bob wel op dat er een groot leeftijdsverschil was tussen het jongste meisje in huis en de andere jonge dames van het gezin. Wat Bob niet wist, was dat het jonge meisje een Joods onderduikertje was dat Mientje werd genoemd, maar eigenlijk Miki Rinat heette.

Bob had een leuke, spontane band met de zusjes Gonda en Mariet die zich veel bekommerden om de kleine Mientje. In de schaarse vrije tijd die Bob af en toe in de oorlog had, liet de familie Van Rijt hem de omgeving zien. Zo herinnert Bob zich nog een ‘lake’, (zwembad De Clarinet) dat in de winter van ‘44/’45 helemaal was dichtgevroren. Ook herinnerde Bob zich dat hij met Gonda een keer een ritje maakte in een jeep, wat overigens ten strengste verboden was omdat de vijand op zulke voertuigen zou kunnen schieten. De Duitsers waren in september, oktober en november 1944 namelijk nog in de buurt.

Toch kon Bob het niet laten om Gonda een keer mee te nemen in zo’n stoere jeep en het werd een prachtige rit door de bevrijde Peel, totdat de militaire politie plotseling midden op de weg stond en Bob sommeerde te stoppen. Deze militair maakte Bob en Gonda heel duidelijk dat dit niet de bedoeling was en wees erop hoe gevaarlijk dit voor Gonda kon zijn. Bedremmeld moest Gonda uitstappen. Ze zou door een verduisterde stafwagen van het Britse leger worden opgehaald en Bob moest zich melden bij zijn meerdere. Het liep gelukkig allemaal met een sisser af.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Miki en Gonda in oorlogstijd.

Auschwitz
Een tijdje na de bevrijding kwam de oma van Miki haar ophalen en een paar weken later kon de moeder van Miki haar dochter weer in de armen sluiten. Miki’s moeder had een verblijf in concentratiekamp Auschwitz overleefd. Dat gold helaas niet voor haar vader, die in datzelfde Auschwitz in de gaskamers om het leven was gebracht.

Na de oorlog is Miki contact blijven houden met tante Gonnie (zo noemde Miki haar al die jaren). Miki en Gonnie werden echte vriendinnen van elkaar. Ze kwam nog vele malen naar Nederland, waar haar broer in Amsterdam woonde. En dan bezocht ze tevens de families Janssen en Van Rijt, aan wie ze haar leven te danken had.  

Miki ging op negenjarige leeftijd naar Israël om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Ze werd moeder van vier kinderen en later oma van zes kleinkinderen.

Ze heeft samen met haar zus Judith een boek geschreven over de jaren die ze als Mientje in Zeilberg heeft doorgebracht.

Miki was en is nog steeds bang van lawaai van vliegtuigen, want dat heeft in de oorlog altijd de meeste indruk gemaakt. Maar aan de liefde die ze van Sjef en Nel Janssen, Gonda van Rijt en van de bewoners van Zeilberg heeft ontvangen, denkt ze nog steeds met veel dankbaarheid terug. Haar leefregel is: Een mens moet ook gerespecteerd worden als mens; niet als jood, als christen of als moslim, maar als mens.                                                                                                

Zoals gezegd ging de oorlog voorbij en Mientje mocht zich weer Miki laten noemen. Bob ging terug naar Engeland, naar zijn ouderlijk huis in Consett, waar hij na de oorlog trouwde en een zoon genaamd Thomas kreeg. Gonda pakte haar leven ook weer op en trouwde met Sjef Wassenberg met wie ze drie kinderen kreeg. Sjef en Nel bleven in de Zeilberg wonen naast het patronaat waar nu gemeenschapshuis D’n Draai huist.

Miki, Sjef en Nel, Gonda, Bob en hun gezinnen werden vrienden voor het leven en zouden elkaar nog een aantal keer ontmoeten.

Bob is nu 94 jaar en verblijft in de buurt van Durham. Miki is 79 jaar en woont nog steeds in Israël. Sjef overleed op 8 juli 1958, en Nel is overleden op 3 februari 1990.

Gonda overleed in 2010 en ligt begraven in Someren, waar ze na de oorlog met haar gezin ging wonen.

Tags