|

De wethouders Nicole Lemlijn van Deurne en Jac Huijsmans van Asten openen de Open Atelierdagen met het onthullen van een ‘mini-atelier’ bij de overzichtstentoonstelling in Museum De Wieger.
|

Heleen Jurgens bij een van haar objecten in kunsthars.(Foto: Hein van Bakel)
|

Karin Toma bij haar meest recente schilderij Reunion; 110 x 150 cm.(Foto: Hein van Bakel)
|
PEELLAND – De Open Atelierdagen van afgelopen weekend 19 en 20 september telden 29 deelnemende kunstenaars in Deurne, Asten en Griendtsveen. Acht van hen deden voor de eerste keer mee.
De cultuurwethouders Nicole Lemlijn en Jac Huijsmans van de gemeenten Deurne en Asten openden het evenement vrijdagavond in Museum De Wieger. Zij deden dat symbolisch door het interieur van een ‘mini-atelier- te onthullen. Want het gaat bij het evenement niet alleen om de kunst zelf, maar ook om de interactie tussen kunstenaar en publiek om kunst toegankelijk(er) te maken. En voor die interactie leent het atelier zich bij uitstek.
Met een overzichtstentoonstelling met werk van de deelnemende kunstenaars fungeerde het museum als centraal oriëntatiepunt voor belangstellenden voor een bezoek aan de ateliers.
Aan de Open Atelierdagen doen al jaren ook kunstenaars uit Griendstveen mee. Vandaar dat wethouder Nicole Lemlijn in haar toespraak opmerkte het jammer te vinden, dat ze niet ook haar collega uit de gemeente Horst aan de Maas bij de opening van de Open Atelierdagen kon begroeten.
De Deurnese wethouder sprak haar waardering uit voor de organisatie en sponsoren van het culturele weekend. Ze zei geraakt te zijn door het niveau en de diversiteit die er aan kunst in de overzichtstentoonstelling te zien is. Ze noemde het informatieboekje een hebbedingetje. “Het is nu voor de tweede keer dat het in deze vorm verschijnt. Ik heb het vorige lang op mijn bureau liggen gehad om het nog eens door te kijken. En ik weet zeker dat dat ook met deze editie zal gebeuren.”
Het is uitgevoerd in full colour in een zwaardere papiersoort in het formaat van een notitieblokje. Op de pagina’s wordt van elke kunstenaar op de voorzijde een werk getoond en is aan de achterzijde informatie over de kunstenaar en zijn werk te lezen. “Soms werd ik bij het lezen geroerd door de teksten waarin een kunstenaar dat wat hem drijft omschrijft,” zei de wethouder. Ze noemde het verder opvallend dat onder de deelnemers aan deze Open Atelierdagen vrouwen ver in de meerderheid waren. De openingsbijeenkomst werd muzikaal omlijst door Harry van Lunenburg en René Ziedses des Plantes.
Interactie
Dat de tijdens de Open Atelierdagen bedoelde interactie tussen kunstenaar en bezoeker ook mogelijk is in een museale opstelling, bewezen de gesprekken van de wethouders met de maker van een kunstwerk dat zij voor dit doel op ons verzoek uitkozen.
Wethouder Huijsmans koos voor een bronzen object van Theo van Dam. Huijsmans: “Ik houd van brons, maar van dit object spreekt me ook de veelvormigheid aan en de manier waarop het gepolijst en gepatineerd is. Zie ik het vanuit het ene perspectief, dan doet het me aan een vogel denken. Zie ik het vanuit de tegenovergestelde richting, dan denk ik eerder aan een vrucht die openbarst, of een zaadje dat ontkiemt, aan de natuur. Ondanks de veelvormigheid spreekt er ook rust uit en ingetogenheid. Zoiets zou ik wel in mijn tuin willen hebben staan.” Theo van Dam heeft aandachtig staan luisteren en haakt in: “De ingetogen uitstraling ontstaat uit de ronde basisvorm,” vertelt hij. “De vloeiende lijnen brengen rust. Vanuit de ronde vorm ben ik op zoek gegaan om met minimale ingrepen en vloeiende lijnen een nieuwe vorm te maken; een organische vorm. Dus, wat ik bedoeld heb en heb willen bereiken, komt aardig in de buurt van wat je vertelt te zien of te ervaren. De een zegt dat het een vogel is. Een ander wil er juist een vis in zien. Voor mij is het niet waar het op lijkt. Het is zichzelf. Daarom heeft het ook geen titel.”
Wethouder Lemlijn koos voor een schilderstuk van René Ziedses des Plantes: Ademende Storm. Lemlijn: “Ik vraag me af wat ik zie. Ik zie verwijzingen naar de zee, de natuur. Ik zie kleuren die in harmonie zijn, die rust geven en toch ook weer niet. Ik vraag me af waarom het niet één doek is, maar is opgebouwd uit panelen.”
Ziedses des Plantes: “Mijn uitgangspunt voor dit werk was, dat ik ‘adem’ wilde weergeven. Ik werk procesmatig. Beschilder paneeltjes, die ik later al schuivend componeer. Op enkele paneeltjes zie je de structuur van bladeren; de nerven. Adem is iets fragiels. Mijn geschuif om te bereiken wat ik wilde, bleek een hele worsteling die maar niet het resultaat opleverde dat ik wilde. Intussen ben ik dan ook met ander werk bezig, maar dit geworstel maakte me zo kwaad dat ik er na twee maanden donkere verf overheen gooide en het subtiele kapot maakte. Er begon een voor mij prachtig avontuur. De bruine verf werd een realistische boomstronk; dwars over het doek. Compositorisch bijna onmogelijk. Door enkele paneeltjes een andere kleur te geven ontstond er een nieuwe harmonie. Terwijl het binnenste van de boomstronk lijkt te gloeien. En dat is ‘hete adem’. Het is een meditatief ding geworden voor mij.” “Het spreekt me steeds meer aan,” zegt Lemlijn na het verhaal van de maker “ik ga er steeds meer dingen in zien; in detail en op afstand.”
Atelierbezoek
Veel tijd om ateliers te bezoeken bleef er met andere evenementen, die ook om aandacht vroegen, afgelopen weekend niet over. Vandaar dat wij ons beperkt hebben tot een bezoek aan de ateliers van twee nieuwe deelnemers: schilder Karin Toma en beeldend kunstenaar Heleen Jurgens-Embregts die objecten van kunsthars maakt. De extra aandacht die deze keer gevraagd was aan kunstenaars om vooral ook te vertellen over hun werkwijze en werk, werd op beide adressen helemaal waar gemaakt en door Heleen Jurgens bij uitstek. Aan haar werktafel in haar atelier/werkplaats legde zij heel gestructureerd uit hoe bij haar het proces van idee naar vorm tot stand komt. Via schetsen, boetseren en componeren om vormen uit te proberen. Hoe zij vervolgens mallen maakt van diverse materialen, waarin zij het kunsthars giet. En experimenteert met kleuren in het kunsthars en de objecten een afwerklaag geeft. Haar fascinatie voor het arte povera-werk van de Italiaan Guiseppe Penone is herkenbaar in de manier waarop ze soms het object combineert met natuurlijk materiaal. Zoals de enorme ‘waterdruppel’ van kunsthars die rust op een bundel gebogen, geschilde boomtakkentakken die bijna wiegen in de wind.
In De Wieger is het object Senang van haar te zien. Het is niet alleen het object dat die naam draagt, maar ook het wordingsproces. Aanvankelijk werkte Heleen Jurgens jarenlang als schilder en vervolgens als beeldhouwer in steen en brons. Zij ging het materiaal als een beperking ervaren om uit te drukken wat zij wilde: je goed voelen en dat te tonen in kwetsbaarheid en transparantie. In steen kun je nu eenmaal niet de binnenkant van een sculptuur laten zien. Een zoektocht van vier jaar begon die eindigde in het object Senang. “Nu heb ik gevonden wat ik zocht. Nu is het klaar,” zegt ze. Waarschijnlijk zullen bezoekers die zichtbaar geïmponeerd raakten door haar objecten, dat helemaal niet met haar eens zijn. Tenminste niet in die zin; zij zouden meer werk van haar in kunsthars willen zien.
Het werk van Karin Toma is kleurrijk en expressief. Zij schildert in acryl op papier. Als kind vond ze tekenen al heerlijk en later is ze les gaan nemen. Ondermeer bij Shelly Lapré op de Vrije Academie in Deurne.
Ze heeft een eigen beeldtaal ontwikkeld. De mens en de kosmos, hemellichamen, insecten, planten en dieren komen steeds weer terug in haar schilderijen, evenals mystieke vormen en kleuren die verwijzen naar andere culturen. Het intuïtieve schilderen van de Cobra-schilders Appel en Corneille spreekt haar aan. “Ik schilder niet de werkelijkheid om me heen, maar geef uiting aan wat in mij leeft,” zegt ze.
Tentoonstelling
De overzichtstentoonstelling met werk van deelnemende kunstenaars aan de Open Atelierdagen is nog tot en met 18 oktober te zien in het Groot en Klein Atelier in Museum De Wieger, Oude Lieselseweg 29 in Deurne. Daarnaast toont De Wieger tot en met 6 december in de tentoonstelling Zij kwamen uit Deurne werk van Hendrik, Friso en Pieter Wiegersma, Joep Coppens, Gerrit van Bakel, Hans van Hoek en Erik en Dirk van Lieshout.
Deze tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met de manifestatie Deurne-Kunst. De overige exposities waarmee Deurne-Kunst over een periode van 350 jaar werk van Deurnese kunstenaars laat zien, zijn nog tot 15 oktober te bezoeken in het gemeentehuis, de voormalige muziekschool Aaltje Noordewier, de Protestantse kerk, de St.-Williborduskerk en de bibliotheek in Deurne.
|